Dossier 57: De kritiek

Samen met de bibliotheekmedewerkers van de Boekmanstichting maakte de redactie van Boekman een selectie uit de aanwezige titels over kunstkritiek in de verschillende kunstsectoren van de afgelopen tien jaar. De nadruk ligt daarbij op de afgelopen drie jaar, maar oudere belangwekkende titels zijn eveneens opgenomen. Jack van der Leden verzamelde de titels en voorzag ze van een annotatie. Daarnaast lichtten de bibliotheekmedewerkers de belangrijkste boeken op het thema eruit en gaven deze extra aandacht.
Mieke Nooijen zocht het internet af naar sites over kunstkritiek en maakte een selectie. De beschreven homepages lopen uiteen van paginas met gedegen recensies en discussiefora tot sites waar ieder zijn eigen recensie kan schrijven. Kortom, voor elk wat wils. Vanzelfsprekend is voor diegenen die zich verder in het onderwerp willen verdiepen nog veel meer literatuur te vinden in de bibliotheek van de Boekmanstichting. Het dossier is ook op de homepage van de Boekmanstichting (www.boekman.nl) terug te vinden. Daar zijn de links in de tekst doorklikbaar.

 

Kunstkritiek algemeen

www.derecensent.nl
De redactie van De Recensent geeft wekelijks haar mening over kunst, cultuur en aanverwante zaken. Er zijn recensies op het gebied van muziek, film en theater, literatuur en media.

www.kkunst.com
In KKunst, een internettijdschrift over Vlaamse en Nederlandse podiumkunsten en producties, worden besprekingen van cds, boeken en theatervoorstellingen gepubliceerd.

Moor, W. de (1993)
De kunst van het recenseren van kunst.
Bussum: Coutinho, 253 p.
isbn 90-62838231-5 signatuur: 93-542

Volgens dichter en literatuurcriticus Hans Warren, aangehaald door Wam de Moor, zijn boekbesprekingen veelal verbruiksartikelen, een boekbespreking zit de volgende dag rond de groente of de vis. Soms zitten er wel eens prima ideeën in die je zou kunnen uitwerken, () maar als geheel is het toch zelden een juweeltje dat verloren is gegaan. Dat neemt niet weg dat het recenseren van boeken en andere kunstuitingen talent vereist, én een aantal basisvaardigheden. De Moor presenteert in zijn inleiding een aantal van deze basisvaardigheden, aangevuld met schrijfopdrachten, op basis van het werk van ervaren critici. Een beoordelingsmodel brengt het proces van oordeel tot recensie in kaart. Een recensent moet ook leren onderscheiden welke type kritiek het best bij hem past, want recenseren vraagt karakter! Daarom gaat het ook over vormen van kritiek, soorten argumenten, en de persoonlijke relatie die men met bepaalde kunstvormen aangaat. Literatuur-, beeldende kunst-, film-, muziek- en theaterkritiek passeren de revue. De Moor besteedt ook aandacht aan de maatschappelijke functie van kritieken en de geschiedenis van de literatuurkritiek in dag- en weekbladen. (jvdl)

Shrum, W.M. (1996)
Fringe and fortune: the role of critics in high and popular art.
Princeton: Princeton University Press, 284 p.
isbn 0-691-02657-2 signatuur: 97-698

Shrum richt zich op de manier waarop mensen zich een mening over kunst vormen door critici. De mate waarin deze meningsvorming afhankelijk is van critici, bepaalt naar zijn mening het onderscheid tussen hoge en lage cultuur. In het laatste geval doet de mening van de critici er niet toe, terwijl de bewonderaars van hoge cultuur zich juist veel van de critici aantrekken. Om dit te onderbouwen geeft Shrum onder andere een historische schets van het belang van de criticus in de kunstwereld.

Szántó, A. (et al.) (2000)
Reporting the arts: news coverage of arts and culture in America.
New York: Columbia University, 125 p.
Signatuur: 02-089

Resultaten van een onderzoek naar de journalistieke aandacht voor kunst in de Amerikaanse pers. De onderzoekers hebben zich daarbij op zowel de lokale als de nationale dagbladen gericht. Daarnaast zijn ook andere nationale media, zoals televisie, in het onderzoek betrokken. Zoals de titel al aangeeft gaat het niet alleen om recensies maar ook om nieuwsverslaggeving.

Hoste, P. (2002)
Cultuurberichtgeving: Theresituslezing theaterfestival 2002.
In: Etcetera, jrg. 20, nr. 83, 49-52.

Indrukken van de berichtgeving over cultuur in de Vlaamse media. Er wordt volgens de auteur een onderscheid gemaakt tussen wetenschappelijke en journalistieke kunstkritiek, waarbij de subjectiviteit van de journalistieke aanpak de voorkeur heeft. In twintig stellingen worden de ideeën over relevante kunstkritiek toegelicht.

Beeldende kunst

www.kunstwereld.nl
Beeldende kunst is een van de weinig onontgonnen terreinen als het gaat om kunstkritiek op het internet. Dit najaar lijkt daar verandering in te komen met de website van Kunstwereld. Onder de werktitel Forum worden bezoekers opgeroepen om hun mening/recensie over kunstenaars, kunstwerken, exposities, galeries, veilingen en het cultuurbeleid van de overheid in te zenden. Klinkt veelbelovend.

Gubbels, T. (red.) (2000)
Beeldendekunstkritiek in Nederland: een stand van zaken.
Amsterdam: Boekmanstudies, 70 p.
isbn 90-6650-063-8 signatuur: 00-207

Onleesbaar, onduidelijk, gebrek aan diepgang, te theoretisch: deze kwalificaties duiken steeds op in het debat over de kunstkritiek, zo constateert Ton Bevers, hooglereraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, in zijn internationaal vergelijkende analyse van de stand van zaken in de beeldendekunstkritiek. Bevers analyse stond centraal op een expertmeeting van kunstcritici, wetenschappers en beleidsmakers, georganiseerd door het ministerie van ocenw en de Boekmanstichting. Bevers inventariseert de oorzaken en de inhoud van de kritiek op de kunstkritiek, die onderhevig is aan verregaande academisering en chronische reflectie. Hij schept een theoretisch kader aan de hand van de opvattingen van Heinich, Bourdieu, Becker, Gehlen, Adorno en vele anderen, en geeft voorbeelden van de polemiek in andere landen. Ook de overheid speelt een rol als ontregelende factor, door kunstenaars al of niet subsidie te verstrekken. Kunsthistorica Tineke Reijnders dient Bevers van repliek: zij belicht de praktische dimensies van de kunstkritiek. Gerbrich Voolstra geeft een verslag van de discussie waaraan een groot aantal kunstcritici deelnam. Maarten Asscher schreef de inleiding en Ingrid Commandeur de epiloog. (ml)

Vuyk, K. (2001)
Publieke ruimte voor kunstkritiek.
In: Boekmancahier, jrg. 13, nr. 47, maart, 7-15.

Kees Vuyk betoogt dat de crisis in de beeldendekunstkritiek het gevolg is van de permanente crisis waarin de moderne beeldende kunst verkeert. Om uit die impasse te komen moet de kunstkritiek op publieke podia debatteren over de kernvraag wat is kunst? De kunstkritiek moet meer openbaar en toegankelijk worden, aldus Vuyk. Het is de taak van de kunstcriticus om vast te stellen wat beeldende kunst is.

Doorman, M. (2001)
De put van Thales: een pleidooi voor oordelende kunstkritiek.
In: Boekmancahier, jrg. 13, nr. 47, maart, 16-21.

Reactie van Maarten Doorman op bovenstaand artikel van Kees Vuyk. Doorman vindt dat critici een beredeneerd smaakoordeel moeten vellen, ondanks het toegenomen conceptuele gehalte van beeldende kunst. In Boekmancahier, jrg.14, nr. 51, 36-44 reageert T. Rummens op zowel Vuyk als Doorman. Hij vindt dat kunstkritiek zich niet moet beperken tot kunst als zelfreflexie, of expressie of representatie. Er zijn ook nog andere mogelijkheden voor een legitimerende kritiek: het situeren van een kunstwerk in een tijdskader, waarbij de criticus uitgaat van een op historische context gebaseerd referentiekader.

Winkel, C. van (2001)
Koning Midas in Wonderland. Vormgeving ontwerpen. Sociaal Modernisme: de designkritiek van K.-N. Elno (1920-1993).
In: De Witte Raaf, nr. 89, 1-8.
Signatuur: M03-119

Vormgeving wordt steeds belangrijker. De presentatie van een firma, gebouw of transportbedrijf wordt in toenemende mate bepaald door de vormgeving, die status uitdrukt. Kunst en design zijn de laatste materialiserende krachten die weerstand bieden aan de onhanteerbare informatiestroom. Een aantal theorieën hierover.

Bartholomée, Y. (2003)
Vormgevingskritiek in de Nederlandse pers.
Rotterdam: Mathenes, 46 p.
isbn 90-807760-1-7, signatuur: 03-400

Resultaten van een onderzoek naar de aandacht in de Nederlandse pers voor vormgeving. Doel van het onderzoek was het voornemen een poging te wagen het ontbrekende publieke debat over de betekenis van industrial design op gang te brengen. De vooronderstelling van met name ontwerpers is dat er nauwelijks aandacht is voor vormgeving. De resultaten van het onderzoek wijzen uit dat dit niet strookt met de praktijk. Bartholomée telde maar liefst 1171 krantenartikelen op het onderwerp in de periode 1985-1999.

Literatuur

www.besprekingen.nl
Eenvoudige website waar bezoekers zelf hun bespreking op kunnen plaatsen. Er worden nog recensenten gezocht.

www.hotel-boekenlust.nl
In dit hotel met de prachtige slogan Lezen is toch de gemakkelijkste vorm van reizen kunnen de gasten zich terugtrekken in diverse kamers gevuld met besprekingen van hun favoriete boeken. In de boekensuite, de kindersuite, de moordsuite, de reiskamer, de poëziekamer of de bibliotheek is het aangenaam verblijven.

Dijk, N. van (1994)
De politiek van de literatuurkritiek: de reputatie-opbouw van Menno ter Braak.
Delft: Eburon, 142 p.
isbn 90-5166-375-7 signatuur: 94-621

Onderzoek naar de loopbaan van literator Menno ter Braak (1902-1940), waarbij in de eerste plaats de manier waarop hij zich profileert, en zijn invloed op critici van latere generaties aan de orde komen. Van Dijk beschrijft de productiviteit van Ter Braak, zijn deelname aan literaire netwerken en samenwerkingsverbanden en zijn aandacht als criticus voor andere auteurs. Uit analyse van zijn literaire besprekingen blijkt dat zijn literaire keuzes verband hielden met literairpolitieke overwegingen, het streven gezag te verwerven en bijval voor zijn uitspraken te krijgen.

Janssen, S. (1994)
In het licht van de kritiek: variaties en patronen in de aandacht van de literatuurkritiek voor auteurs en hun werken.
Hilversum: Verloren, 277 p.
isbn 90-6550-415-X signatuur: 94-364

Aandacht voor de omgang van de dag- en weekbladkritiek met het literaire aanbod. Er wordt ingegaan op de keuzen en uitspraken van critici in samenhang met de sociale context waarbinnen ze tot stand komen. In drie casestudies worden de literair-kritische receptie, de critici en de rol van achtereenvolgens Rutger Kopland, Judicus Verstegen en Jacq Firmin Vogelaar besproken.

Bousset, H. (1997)
De roman is een ui, rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Literaire kritiek aan de Vrije Universiteit op 6 juni 1997, 14 p.
Signatuur: M97-604

Bousset bespreekt de onvatbaarheid van de actuele roman en de gevolgen daarvan voor de literaire kritiek. Hij vergelijkt de roman met de rokken van de ui. Als je die een voor een verwijdert, word je snel ontgoocheld, want in het midden van de ui heerst het absolute niets. Dit beeld kan volgens Bousset op de roman worden toegepast, zeker op die van na de Tweede Wereldoorlog. De roman is een vloeibaar en veelkantig, steeds evoluerend begrip. De kern van de roman is zoek. Deze stelling illustreert Bousset met vele voorbeelden.

Thijssen, W. (1998)
Alle schrijvers hebben gelijk: gesprekken met literaire critici.
Amsterdam: Meulenhoff, 95 p.
isbn 90-290-5770-X signatuur: 98-398

Al meer dan een eeuw lang wordt erover geklaagd dat de literatuurkritiek ten onder gaat in de cultuurindustrie. Er is geen ontsnappen mogelijk aldus Anthony Mertens in zijn inleiding van dit boekje. Vervolgens noteren tien literuurcritici hun visie op literatuur en literatuurkritiek. Aan het woord komen Rob Schouten, Herman de Coninck, Dirk Schümer, Bas Heijne, Janet Luis, Cyrille Offermans, Gerrit Jan Zwiers, Jacq Vogelaar, Arnold Heumakers en Aad Nuis.


Grootendorst, R. (1998)
Crisis in de kritiek: argumentatietheorie en literaire recensies.
Amsterdam: Vossiuspers aup, 28 p.
isbn 90-5629-0614 signatuur 99-324

In zijn inaugurele rede als hooglereraar taalbeheersing aan de Universiteit van Amsterdam geeft Rob Grootendorst als argumentatiedeskundige een beeld van de manier waarop literaire citici hun mening vormgeven en hun argumenten inkleden. In de zogenaamde pragmadialectische argumentatietheorie die Grootendorst samen met Frans van Eemeren ontwikkelde, is argumentatie een onderdeel van een kritische gedachtenwisseling die erop gericht is een verschil van mening op redelijke wijze tot oplossing te brengen. Hun theorie en onderzoeksprogramma zijn gebaseerd op inzichten uit de filosofische dialectiek en de linguïstische pragmatiek. Toepassing van deze theorie op literaire recensies in dag- of weekbladen leidt tot een verassende conclusie: literaire recensies lijken wel betogende teksten, waarin de recensent een beargumenteerd oordeel uitspreekt over het besproken werk, maar voldoen niet aan alle eisen die aan argumentatie gesteld kunnen worden. Tussen recensenten onderling bestaat er geen overeenstemming over beoordelingscriteria: recensies zijn vooral descriptief en informatief en veroorzaken slechts bij uitzondering een echte polemiek. De auteur pleit voor een klimaat waarin schrijvers inhoudelijk met hun critici in discussie kunnen gaan om argumenten uit te wisselen en waarin critici op elkaars recensies kunnen reageren. (ml)



Berndsen, F. (2000)
Met alle respect : over literatuurkritiek.
Groningen : Passage, X, 156 p.
isbn 90-5452-071-X signatuur: 01-130

In Met alle respect onderzoekt Berndsen de moderne literatuurkritiek. Het betreft hier geen historisch onderzoek, maar een systematisch onderzoek naar de aard van de moderne literatuurkritiek, verschillende soorten kritieken en de literaire en esthetische waarde daarvan. De functie van de literaire kritiek wordt verduidelijkt met behulp van theorieën van Bourdieu. Berndsen concludeert dat de literatuurkritiek lang niet altijd het respect ontmoet dat ze verdient. Daarnaast komen ook de rol en positie van de auteur en literatuurcriticus aan de orde. Berndsen is van mening dat literatuur en literatuurkritiek slechts op betrouwbare wijze onderzocht kunnen worden wanneer ze worden gerelateerd aan de auteur van de tekst. De conclusie van het onderzoek luidt dan ook: niet alleen de literatuurkritiek verdient respect, maar zeker ook de literatuurcriticus. (mn)

Korevaart, K. (2001)
Ziften en zemelknoopen: literaire kritiek in de Nederlandse dag-, nieuws-en weekbladen 1814-1848.
Hilversum: Verloren, 504 p.
isbn 90-6550-638-1 signatuur: 01-360

Wanneer begon de Nederlandse literaire dagbladkritiek, in welke periodieken verschenen recensies in de periode 1814-1848, welke boeken bespraken de critici en wie waren zij, wat was het beeld dat ze gaven van de literaire wereld? Deze en andere vragen komen aan bod in dit proefschrift. Aandacht ook voor het gedrag van schrijvers en lezers, uitgevers en boekhandelaren. Commerciële motieven en een uitbreiding van de opiniërende functie van de krant blijken de opkomst van de dagbladkritiek te hebben gestimuleerd. Recensie opgenomen in: Boekman, jrg. 15, nr. 55, maart, 107-110.

Doorman, M. (2001)
De vrede graast zonder genade: over literaire kritiek.
Amsterdam: Bert Bakker, 31 p.
isbn 90-351-2359-X signatuur: 01-379

Filosoof Maarten Doorman werd in 2000 benoemd tot bijzonder hoogleraar literaire kritiek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In zijn oratie stelt hij het klimaat in de literaire kritiek gedurende het laatste decennium van de twintigste eeuw aan de orde. Uitgangspunt is wat literaire kritiek moet zijn: het moet informeren, een oordeel geven, dat oordeel beargumenteren en betrokkenheid tonen.

Robben, T. (2001)
Exotische snoepjes: een onderzoek naar de receptie van de debuten van migrantenauteurs van de tweede generatie door de literaire kritiek.
Doctoraalscriptie Katholieke Universiteit Nijmegen, 175 p.
Signatuur: 02-382

Wordt literatuur van debuterende migranten van de tweede generatie door de literatuurkritiek anders gerecenseerd dan literatuur van Nederlandse debutanten? Robben vergeleek de recensies van de debuten van Hans Sahar, Abdelkader Benali en Hafid Bouazza met die van Nederlandse debuutromans en constateert een aantal opmerkelijke verschillen.

Vogel, B. (2001)
Baard boven baard: over het Nederlandse literaire en maatschappelijke leven 1945- 1960.
Amsterdam: Van Gennep, 294 p.
isbn 90-5515-277-3 signatuur: 01-097

Tussen 1945 en 1960 debuteerden veel Nederlandse schrijvers en schrijfsters. Onderzocht is of critici vrouwenliteratuur anders beoordeelden dan mannenliteratuur. Hiervoor heeft de auteur heel veel recensies gelezen en gecategoriseerd. Ook de maatschappelijke opvattingen over mannen- en vrouwengedrag werden bij het onderzoek betrokken. Een van de conclusies is dat mannelijke schrijvers vaak hoger werden gewaardeerd.

Muziek

http://cd-recensies.pagina.nl
Verwant aan http://recensie.nl is de startpagina http://cd-recensies.pagina.nl met muziekrecensies.

Bartlema, P. (2000)
Lange dag van de popjournalistiek.
Amsterdam: Nederlandse vereniging van journalisten, 33 kb
Signatuur: E01-032

Kort verslag van het symposium De dag van de popjournalistiek, gehouden op 15 september 2000 in Amsterdam en georganiseerd door het Nationaal Pop Instituut. Muzikant Ernst Jansz hield een betoog over zijn ervaringen met de poppers; popjournalisten zoals Tom Engelshoven, Marc Stakenburg en Saul van Stapele bespraken de ins and outs van hun vak; nvj-secretaris Hans Verploeg presenteerde de resultaten van een enquête onder ruim driehonderd popjournalisten over hun vakbeoefening; een hoofdredacteurenforum besloot de bijeenkomst.

Leyendecker, C. (2003)
Aspekte der Musikkritik in überregionalen Tageszeitungen: Analyse von faz und sz.
Frankfurt am Main: Peter Lang, 169 p.
isbn 30631-50976-6, signatuur: 03-488

Leyendecker onderzocht de betekenis van muziekkritiek in de landelijke pers. Daarbij is zij gaan kijken naar de bijdragen op dit onderwerp in de thematische katernen van twee landelijke dagbladen, de Frankfurter Allgemeine Zeitung (faz) en de Süddeutsche Zeitung (sz). De auteur analyseerde de meer dan tweeduizend bijdragen over muziek en geeft onder andere een beeld van de aandacht voor verschillende muziekgenres en de verschillende soorten stukken (cd-recensies, concertbespreking, interviews).

Theater

www.stuggezaal.nl
Houd van theater, ga naar theater, maak theater en discussieer over theater op Stuggezaal.nl, zo presenteert de website zichzelf. Stuggezaal.nl is een project van werkplaats en theater Gasthuis en het virtuele tijdschrift over Nederlands theater Moose en is bedoeld om een levendig debat over theater te voeren. Zo zijn er verhitte discussies over multicultureel theater en het cultuurbeleid geweest, maar komen ook actuele zaken als de (mogelijke) overlast van ckvers in de zaal aan bod.

www.cabaretliefhebbers.nl
Een leuke site voor cabaretliefhebbers van cabaret is deze gelijknamige site. Interviews met cabaretiers en verslagen van voorstellingen zijn hier te vinden. Bezoekers kunnen ook zelf hun verslagen inzenden of hun mening geven over cabaretiers en cabaretgroepen.

Féral, J. (2000)
The artwork judges them: the theatre critic in a changing landscape.
In: New theatre quarterly, jrg. 16, nr. 64, 307-314.

Wat geeft de theatercriticus het recht om zich een oordeel te vormen over een uitvoering, en wat zijn de status, de functie en de impact van kunstkritiek? Theoretische beschouwing over het fenomeen kunstkritiek, vanuit esthetisch, cultureel, sociologisch en historisch perspectief.

Verbeeten, T. (2002)
Debat over theaterkritiek.
In: tm, jrg. 6, nr. 2, 32-36.

De Nederlandse theatercritici maken zich zorgen: steeds vaker ervaren ze een druk vanuit de leiding van de kunstredacties om minder aan kritiek te doen en meer aan voorbeschouwing en interviews. Ook moeten ze steeds kortere stukjes schrijven. Een vergelijking tussen de vijf grote dagbladen toont dat er in de maand november van 1991 aanzienlijk meer recensies zijn verschenen dan in dezelfde maand tien jaar later.

Darras, K. (2002)
Twintig jaar berichten over theater, dans et cetera.
In: Etcetera, jrg. 20, nr. 84, 1-196.

Het tijdschrift Etcetera bestaat twintig jaar en viert dit jubileum met een speciaal nummer, waarin een bloemlezing staat van vijftig mooie, boeiende en kritische stukken die in die twintig jaar over theater en dans zijn verschenen. De bijdragen zijn geschreven door o.a. Marijn van der Jagt, Johan Thielemans, Marianne van Kerkhoven, Rudi Laermans, Pascal Gielen en Loek Zonneveld.

Darke, Chr. (2000)
Light readings: film criticism and screen arts.
London: Wallflower Press, 206 p.
isbn 1-903364-07-8 signatuur: 01-220

Filmcriticus en publicist Darke heeft zijn recensies van de jaren negentig gebundeld en onder drie steekwoorden ondergebracht. Het eerste hoofdstuk behandelt de film van de 21ste eeuw, het tweede hoofdstuk de Franse cinema. De filmbeschrijvingen in beide hoofdstukken bestaan uit een korte weergave van de inhoud en de bevindingen van de auteur. Een kleine verantwoording gaat hieraan vooraf. Daarin komen we te weten wat Darke bewoog te gaan schrijven over film, in welke context we de recensies moeten zien en wat er allemaal aan film en aan het vak van filmcriticus is veranderd de afgelopen twintig jaar. Het derde hoofdstuk gaat in op de veranderingen die video en de digitale beeldcultuur veroorzaakten in de kunstwereld. In de verantwoording bij dit hoofdstuk constateert en verklaart de auteur bijvoorbeeld een verschuiving van bioscoopvoorstelling naar tentoonstellingen van bewegende beelden in galeries. Verder bespreekt hij met name video-installaties en tentoonstellingen. Deze besprekingen zijn eerder gepubliceerd in onder meer Sight and Sound, Film Comment, Film and video umbrella, the Independent en Entropy. (sl)

Film en televisie

www.filmkeuze.nl
Veel over film is te vinden op de website www.filmkeuze.nl. Er is een rubriek recensies waar recensies van de redactie, maar ook recensies van bezoekers worden geplaatst.

Verhaagen, A. (2000)
Zelfs de meest middelmatige film moet je serieus nemen: rondetafelgesprek met jonge filmcritici.
In: Skrien, jrg. 32, nr. 6, 28-31.

Verslag van een gesprek met de jonge filmjournalisten Ronald Ockhuysen, Dana Linssen, Mariska Graveland en Belinda van de Graaf over het belang van de vaste filmpagina, de autoriteit van de criticus en de invloed van internet. Commentaar op de nieuwe lichting van de ervaren critici Peter van Bueren en Hans Beerekamp.

Beerekamp, H. (2002)
Niet elk lang stuk is slecht: over de Nederlandse filmkritiek in dagbladen.
In: nrc Handelsblad, 15-03-2002.
Signatuur: E02-348

Het Juryrapport van de Pierre Bayleprijs voor filmkritiek somberde dat de dagbladen steeds minder ruimte bieden voor steeds kortere stukjes. Prijswinnaar Hans Beerekamp is van mening dat het allemaal wel meevalt. Volgens hem zijn korte recensies bovendien niet per definitie slechter dan lange. Dagbladfilmrecensent noemt hij het mooiste beroep.
Reacties van een aantal collegas hierop in het artikel Kritiek op de filmkritiek, in: Perstribune, 18-03-2002, E02-352). In Skrien, (jrg.34, nr.8, oktober, 25-29) onderzoekt A.P. Lowe de feiten.

Jones, G. (2002)
Het Pierre Bayle-debat: het vermogen van televisiekritiek.
Rotterdam: Rotterdamse Kunststichting, 27 kb
Signatuur: E02-137

Hoe doet de televisiekritiek het in vergelijking met andere vormen van kunstkritiek, en mogen we aan televisiekritiek hetzelfde belang hechten als aan andere vormen van kunstkritiek? Hierover discussieerden donderdag 14 maart 2002 in Zaal de Unie de panelleden van het Pierre Bayle-debat. Hans Maarten van den Brink (voormalig eindredacteur van vpro televisie) was voorzitter van het panel. Panelleden waren Marijn van der Jagt (toneel- en televisierecensent Vrij Nederland), Maarten Huygen (televisierecensent nrc Handelsblad), en Cornald Maas (columnist en voormalig televisierecensent de Volkskrant).


Architectuur

Szántó, A. (2001)
The architecture critic: a survey of newspaper architecture critics in America.
New York: National arts journalism program, 34 p.
Signatuur: 02-085

Amerikaanse dagbladen reserveren weinig ruimte voor architectuurkritiek. Dat geldt voor nationale dagbladen, maar ook voor periodieken die zich richten op metropolen als New York City, Houston en Detroit, waar nieuwbouw een explosieve omvang kent. De geringe aandacht is opmerkelijk, omdat er in recente jaren zeer veel geïnvesteerd is in de realisatie van openbare gebouwen en culturele accomomodaties. Een toelichting op de situatie.

Critici (2003)
Critici aan het woord, verslag van debat in De Balie op 15 januari 2002
Amsterdam: arcam, 87 kb
Signatuur: E03-127

Discussieavond over de architectuurkritiek in de vorige eeuw en de huidige stand van zaken. Dirk Baalman, architectuurhistoricus en werkzaam bij Het Oversticht in Zwolle, gaf een historische inleiding, gevolgd door een verhaal van ex-criticus Wiek Röling over de architectuurkritiek in de jaren zestig en zeventig. Verder: een statement over architectuurkritiek van Roemer van Toorn van het Berlage Instituut en een verslag van een discussie onder leiding van Aart Oxenaar, directeur van de Academie van Bouwkunst in Amsterdam.

Graaf, K. de (2003)
Dag des oordeels: architectuur anno 2003: betekenisvol of niet?
In: BladNA, jrg. 10, nr. 1/2, januari, 10-12.

Regelmatig verschijnen er recensies over architectuur in de dagbladen. Hoe gaan (kunst)redacteuren te werk, en zien zij voor zichzelf een functie in het architectuurbedat? Verslag van een debat met redacteuren Bernard Hulsman (nrc Handelsblad), Egbert Koster (Het Financieele Dagblad) en Robbert Roos (voorheen Trouw, nu Kunstbeeld).