Een andere kijk op diversiteit in het cultuurbestel - Op zoek naar nieuwe verhalen

De laatstverschenen editie van Boekman, het tijdschrift voor trends in kunst en cultuur, staat geheel in het teken van inclusiviteit in de cultuursector. Naar aanleiding van de visiebrief van minister Van Engelshoven waarin staat dat cultuur van en voor iedereen is, buigen de auteurs in deze editie zich over de vraag hoe inclusiviteit in de kunst- en cultuursector op te vatten en uit te voeren. De inclusiviteit waar de minister tot oproept is in de woorden van Gijs Scholten van Aschat, voorzitter van de Akademie van Kunsten, ‘onconditioneel inclusief, dus oneindig – of ze is niet’. En dat is nogal een opdracht. In hetzelfde themanummer roept Universitair docent cultuurtheorie Christine Delhaye op tot het expliciet blijven benoemen van diversiteitsbeleid in etnisch culturele zin. Daar sluit ik mij graag bij aan. 

Alle auteurs in het themanummer van Boekman zijn het erover eens dat het onveranderlijk ‘wit’ blijven van de kunst- en cultuursector onwenselijk is: de lang gekoesterde wens tot meer diversiteit (nu: inclusiviteit) wordt erdoor belemmerd. Het wit blijven van de kunst- en cultuursector komt niet alleen tot uiting in wit personeel, witte partners en een wit publiek, maar ook in een witte programmering: verhalen die ten tonele worden gebracht, ook al is diversiteit of verbinding het streven, zijn bedacht en/of gemaakt door witte makers en behandelen thema’s vanuit het perspectief van de witte mens. Een toenemende groep mensen voelt zich door de sector niet gerepresenteerd. 

In het artikel van Laurien Saraber (adjunct-directeur van het Amsterdams Fonds voor de Kunst) signaleert zij een ‘honger naar thema’s, verhalen, genres uit het gelaagde referentiekader van mengland Nederland’. Ook deze observatie is de spijker op z’n kop. Naast de grote voorstellingen die Saraber noemt, hebben de laatste jaren een toename laten zien in voorstellingen door nieuwe makers met een migratieachtergrond (zoals Abdelkarim El-Fassi, Daria Bukvic, Tofik Dibi (namens Rose Stories)) die volle zalen trokken met verhalen waarin nieuwe verhalen en/of nieuwe perspectieven op bekende thema’s worden gebracht.

De afgelopen jaren deed ik onderzoek naar een aantal van deze voorstellingen: Jihad, de voorstelling (Theater de Meervaart i.s.m. Senf theaterpartners), Mijn vader de Expat (Zouka Media), Toen ma naar Mars vertrok (Zouka Media), Leo Africanus (Amsterdams Andalusisch Orkest). Jongeren met een multiculturele achtergrond die deze voorstellingen bijwoonden gaven in woorden en in cijfers hun waardering voor deze voorstellingen weer. Hun waardering kwam voort uit de herkenning die ze naar aanleiding van deze voorstellingen beleefden, maar ook uit de erkenning die ze uit deze voorstellingen haalden voor hun achtergrond, hun ervaringen, hun identiteit. Dat deze voorstellingen oog hadden voor hun specifieke belevingswereld leidde onder jonge mensen die deze voorstellingen bezochten tot gevoelens van verrassing, verzadiging en trots. Voor een jonge generatie die volgens sociaal-wetenschappelijk onderzoek (Huijnk et al. 2016; Omlo 2011; Prins 2014) worstelt om zichzelf een plek toe te eigenen in deze samenleving, lijkt me dat een gedroomde impact.

Uiteindelijk is dit waar het wat mij betreft over zou moeten gaan als we het hebben over inclusiviteit in de cultuursector: het gaat niet alleen om een inclusiever personeelsbestand, of het aantrekken van een diverser publiek, het gaat er niet om dat je een keer Turkse of Arabische muziek programmeert, en zelfs het betrekken van creatieve makers met een migratieachtergrond alleen is niet de oplossing. Het gaat erom dat de verhalen, de onderwerpen, de perspectieven, de verhaallijnen veranderen. Het gaat erom dat er aandacht is voor de ervaringen van jonge mensen die hun wortels hebben in de multiculturele samenleving en deze ervaringen en hun identiteit niet gerepresenteerd zien in het huidige aanbod. Het gaat erom dat er witte mensen zijn, die willen leren van hun kijk op de wereld. Wie wil dat deze generatie naar het theater komt, moet luisteren naar hun verhalen, en hiervan leren. En de programmering hierop aanpassen. Dan komt de rest vanzelf. 

Jacomijne Prins is docent aan de afdeling Sociologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en zelfstandig onderzoeker bij Jacomijne Prins Onderzoek en Advies

Literatuur

Huijnk, W. en I. Andriessen (2016) Integratie in zicht? De integratie van migranten in Nederland op acht terreinen nader bekeken. Den Haag: SCP.

Omlo, J. (2011) Integratie én uit de gratie? Perspectieven van Marokkaans-Nederlandse jongvolwassenen. Delft: Eburon Academic Publishers.

Prins, J. (2014) Looking for new stories: Moroccan-Dutch young adults narrative constructions of identity and belonging (Dissertatie). Vrije Universiteit Amsterdam, Amsterdam.