Verslag expertmeeting muzikaal-theatraal erfgoed

Expertmeeting 'Vergroten toegankelijkheid muzikaal-theatraal erfgoed', 9 mei 2014, Amsterdam. 

‘Erfgoed is iets wat je uit het verleden krijgt toebedeeld of aangereikt met de opdracht er iets mee te doen en het door te geven aan de mensen na jou.’ Willem Frijhoff, geciteerd in Ph. Lelieveldt (2014) Hoe gaat het verder met de dochter van de tamboer-majoor? p. 12, noot 23 

De collecties van de podiumkunstinstellingen Muziekcentrum van de Omroep (MCO, Hilversum), Nederlands Muziek Instituut (NMI, Den Haag), Muziek Centrum Nederland (MCN, Amsterdam) en Theater Instituut Nederland (TIN, Amsterdam) zijn sinds 2013 sterk verminderd toegankelijk. Deze instellingen zijn geheel of gedeeltelijk opgeheven als gevolg van bezuinigingen, maar beheerden met elkaar een belangrijk deel van het Nederlandse muzikaal-theatrale erfgoed.

Het deels wegbezuinigde MCO beschikte over de grootste collectie bladmuziek in Nederland, opgebouwd in de afgelopen 85 jaar. De collectie – met onder meer duizenden handgeschreven composities en arrangementen ‒ is nu verweesd, al is de catalogus nog in de lucht. Het NMI bestaat nog, maar in sterk afgeslankte vorm en dankzij de permanente hulp van een aantal hooggekwalificeerde en gespecialiseerde vrijwilligers. Tot 2016 houdt NMI zijn landelijke status, daarna wordt de collectie opgenomen in het Haags Gemeentearchief waardoor er ‘een archief in een archief’ ontstaat. De collecties van MCO en Haags Gemeentearchief – inclusief het NMI – worden mogelijk in 2018 opgenomen in een Nationale Muziekbibliotheek, die ook de muziekcollecties van het Koninklijk Conservatorium zal bevatten. Het overleg hierover is nog niet afgerond.

De muziekcollecties van het opgeheven MCN zijn verhuisd naar de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Het gaat om de collecties Donemus (partituren van Nederlandse componisten), Gaudeamus (hedendaagse muziek), de Jazzcollectie en de Popcollectie van voorheen het Nationaal Pop Instituut. Ook de collecties van het TIN, met meer dan 500.000 objecten, vanaf de 17e eeuw tot heden, zijn nu in beheer bij Bijzondere Collecties van de UvA. De catalogus van beide collecties is online raadpleegbaar. Stukken uit de MCN-collectie kunnen echter slechts op aanvraag worden geraadpleegd, en ook de TIN-collecties staan in het depot. Bijzondere Collecties heeft echter geen cultureel erfgoedtaak en weinig mogelijkheden voor de uitoefening van een publieke functie op dit vlak.

Op 9 mei 2014 kwamen vertegenwoordigers van deze instellingen en andere experts[1] onder voorzitterschap van Marian van Dijk (Slot Zuylen, v/h Donemus) bij de Boekmanstichting bijeen om een gezamenlijke visie te formuleren op mogelijkheden om deze collecties, deel uitmakend van de Collectie Nederland op de kaart te zetten. Wat is ervoor nodig om de collectie(kennis) en vakkennis te behouden en het Nederlandse muzikaal-theatrale erfgoed beter toegankelijk te maken?

Een collectie bestaat pas als je er iets mee kunt doen

Om de muzikaal-theatrale collecties meer bekendheid te geven en breder toegankelijk te maken, is het nodig de krachten te bundelen, onder meer op het gebied van collectieafstemming, ontsluiting en digitalisering. De overlap in de boekencollecties vraagt bijvoorbeeld om afspraken over ontdubbeling. En niet alles kan worden bewaard: wat zijn de prioriteiten en wie is de bewaarder van welk soort muziek?

Een deel van de collecties is ontsloten volgens internationale standaarden die gelden voor museale en bibliotheekcollecties, archieven hanteren weer andere ontsluitingsmethoden. De verschillende systemen zijn moeilijk op elkaar aan te sluiten, tenzij op een hoog aggregatieniveau. Het online plaatsen van inventarislijsten met toevoeging van waar, bij welke instelling, en bepaald archief(onderdeel) gevonden kan worden, zou al een stap in de goede richting zijn. Niet alle collecties van het MCO, NMI, MCN en TIN zijn echter gedigitaliseerd; wat niet is gedigitaliseerd blijft onzichtbaar voor onderzoekers en andere potentiële gebruikers. Digitalisering kan de collecties een meerwaarde verlenen, maar ook hier moeten prioriteiten worden gesteld. Het is verstandig in digitaliseringsplannen ook particuliere collecties mee te nemen, zoals van componisten en verzamelaars, omdat dergelijke collecties en nalatenschappen nergens meer kunnen worden aangeboden. Is met medewerking van stagiairs een overzicht van de vindplaatsen van muziek- en theatercollecties op te stellen? En wat te doen met de digital born muziek- en theaterarchieven die nu ontstaan: hoe zijn deze vast te houden en te bewaren? Om de collectiekennis niet verloren te laten gaan, is het zaak de vakmatige expertise van de bibliothecarissen, museaal beheerders en archivarissen te mobiliseren: zij kennen de weg in de collecties en zijn in staat de vaak verborgen schatten ‒ de ‘sexy items’ ‒ naar boven te halen.

Naast nauwe samenwerking tussen de beheerders van de muziekcollecties onderling, is ook samenwerking tussen de collecties en andere instellingen een belangrijk agendapunt voor de nabije toekomst. Zo valt er misschien aan te haken bij allerlei initiatieven waarin het muzikaal-theatrale erfgoed een rol kan spelen. Te denken valt aan de Koninklijke Bibliotheek die in 2015 regievoerder voor de openbare bibliotheken wordt, of Metamorfoze, nationaal programma voor het behoud van het papieren erfgoed, het UNESCOprogramma Memory of the World (sinds 1992) dat gericht is op behoud van en toegang tot documentair erfgoed, maar ook Culturele Coalitie Digitale Duurzaamheid (CCDD) een kennisnetwerk waarin cultureel erfgoedinstellingen met elkaar aan de slag gaan om (informatie over) digitale objecten op de lange termijn beschikbaar te houden, onder voorzitterschap van Sandra den Hamer (EYE). En Archief2020, een innovatieprogramma waarin de archiefsector en alle lagen van openbaar bestuur in Nederland samenwerken. In de programmalijn ‘Documenteren van de samenleving’ zorgt de archiefsector gezamenlijk voor veiligstelling van belangrijke particuliere archieven.

Talloze partijen hebben er op korte of langere termijn belang bij als het muzikaal-theatrale erfgoed van Nederland zichtbaar en toegankelijk is, van  wetenschappelijk onderwijs en onderzoek tot erfgoedinstellingen, van conservatoria tot instellingen voor amateurkunst. De sector zal er zelf zorg voor moeten dragen de collecties, en daarmee de rijke geschiedenis van de podiumkunsten in Nederland, niet verloren te laten gaan. Dat ook beleidsmakers medeverantwoordelijkheid dragen, spreekt voor zich.

 


[1] Aanwezig: Chaja Beck (NMI), Ger van den Beuken (Conservatorium Amsterdam), Marian van Dijk (voorzitter, Slot Zuylen, voorheen Donemus), Ineke van Hamersveld (Boekmanstichting), Jan Jaap Kassies (voorheen MCO, kwartiermaker Expertmeeting), Philomeen Lelieveldt (UU), Marco de Niet (Digitaal Erfgoed Nederland), Jacqueline Oskamp (freelance muziekjournalist), Steph Scholten (Erfgoed Bijzondere Collecties UvA), Martie Severt (voorheen MCO), Ditmer Weertman (Erfgoed Bijzondere Collecties UvA) en Lieke Hoogland (notulist). Stan Paardekooper (Stichting Omroep Muziek, SOM) en Cas Smithuijsen (Boekmanstichting) waren verhinderd.

 

Philomeen Lelieveldt 
Hoe gaat het verder met de dochter van de tamboer-majoor? Over het cultuurhistorische belang van de archiefcollectie van het Muziekcentrum van de Omroep