Op onderwerp

Zoeken

Per maand

Toespraak minister Van Engelshoven tijdens 'Film by the sea'

10 september 2018

Toespraak van minister Van Engelshoven (OCW), bij de vertoning van 'A Year in A Life', over Ingmar Bergman. Tijdens 'Film by the sea', op 9 september 2018 in Vlissingen.

Ladies and gentlemen, If my age would allow me to buy one… and my work in The Hague wouldn’t be as demanding, I would be the proud owner of an ‘All you can Sea-ticket’, at this beautiful festival. I would be one of the many young visitors, who come here for 3, 5, or the full 10 days… to enjoy all the beauty to be seen.

Unfortunately, I only have one afternoon here, with a good glass of wine and a nice piece of fish. Luckily, I have the honor to speak before an audience of like-minded spirits. Because for many of you it is daily work to make culture available to everyone – in your town, region and country. I want to thank the Board of Film by the Sea, for making it possible for us to meet each other here. And I also want to welcome two special guests from overseas: the recently installed Swedish ambassador Annika Markovic and the director of the Bergman-documentary we are about to watch, Jane Magnusson.

At this point, I will continue in Dutch.

Beste mensen, Film by the Sea beleeft dit jaar zijn 20e editie, met veel gerenommeerde filmmakers en schrijvers, kunstenaars en artiesten. Het festival heeft zich ontwikkeld tot het belangrijkste filmevenement in de regio. Dat geeft Zeeland extra kleur. Er is hier veel te zien voor wie een paar keer per jaar naar de film gaat, maar ook voor de specialist, de fijnproever, de filmverslaafde. Zo is cultuur bedoeld.

Op Film by the Sea worden verhalen verteld die je grijpen. In vluchtige tijden is dat extra belangrijk. Want verhalen eisen aandacht. Dat boek dat je even laat vergeten waar je mee bezig was. Die film die je zinnen verzette en nog even na ijlt, terwijl je een biertje drinkt met je buurman uit de bioscoop. Al die verhalen brengen ons plezier en verbinding. Want ze leren ons iets over onszelf, over de ander, en over de wereld. En het delen van verhalen houdt cultuur springlevend. Dat zeg ik als lid van een kabinet dat hier elke dag hard aan werkt.

Net als de mensen van Film by the Sea er het hele jaar hard aan werken om van Vlissingen 10 dagen lang een podium te maken voor Nederlandse en internationale verhalen. Het festival toont dit jaar vele kwetsbare verhalen, en dat maakt ook van de Emancipatieminister in mij een tevreden bezoeker.

Eigenlijk komt mijn hele portefeuille hier aan z’n trekken, want Film by the Sea heeft ook voor jongeren extra aandacht. Vorig jaar kwamen hier meer dan 8.000 jongeren in aanraking met alles wat de beeldcultuur te bieden heeft. Dat vind ik een prachtig getal en ik hoop dat het dit jaar nog hoger uitpakt. En het zal u dan ook niet verrassen dat ik op dit moment laat onderzoeken hoe ik filmeducatie een extra impuls kan geven. Want ik vind het belangrijk dat jongeren leren hoe verhalen en beelden kunnen sturen en beïnvloeden. Als je dat echt leert uitpluizen, dan gaat er een wereld voor je open. Dan ontdek je bijvoorbeeld hoe verhalen het heden, verleden en de toekomst verbinden.

Film by the Sea doet dat ook. Naast aandacht voor kinderen en jongeren en voor de grootheden in de film van dit moment, kijkt het festival nadrukkelijk naar invloedrijke filmmakers en -sterren van langer geleden. Bijvoorbeeld naar Sophia Loren. Maar ook George Sluizer staat in de spotlights. Hij brak in 1988 internationaal door met de boekverfilming van Het Gouden Ei van Tim Krabbé: Spoorloos. En ook de Bergmandocumentaire die u zo gaat zien geeft een beeldbepalende filmmaker uit het verleden het podium.

Ik tref het vanavond, want niet alleen de minister van Cultuur, van Emancipatie… en van Onderwijs komt hier aan haar trekken… maar ook een bewonderaar van Bergman. Zo weet ik dat de Nederlandse filmwereld en het werk van Ingmar Bergman nauw met elkaar verbonden zijn. Als George Sluizer in 1957 zijn 1e stappen zet in de wereld van de film begint Ingmar Bergman aan zijn meest productieve en succesvolle jaar. De omstandigheden waarin Sluizer en Bergman moeten werken verschillen nogal van elkaar. In het naoorlogse Zweden is een levendige en actieve filmcultuur, waarin zo’n 30 speelfilms per jaar worden gemaakt. Het land heeft een traditie van actieve overheidssteun voor de film. In het naoorlogse Nederland worden nauwelijks 3 speelfilms per jaar uitgebracht. Als Bergman zijn meest productieve jaar beleeft en hij zichzelf als filmkunstenaar internationaal op de kaart zet, wordt in Nederland eigenlijk pas met de professionalisering van de filmindustrie begonnen.

De jaren ’56, ’57 en ’58 zijn daarin belangrijk. In 1956 wordt het Productiefonds voor de Nederlandse Film opgericht. Het is een startschot van structureel overheidsbeleid voor de Nederlandse film. Ondertussen werkt Bert Haanstra in 1957 ook aan zijn 1e speelfilm: Fanfare. Die komt een jaar later uit en wordt een gigantisch succes: liefst 2,6 miljoen bezoekers. Dat was toen zo’n 20% van de Nederlandse bevolking, en na Turks Fruit de best bezochte Nederlandse film allertijden. In dezelfde jaren wordt ook de filmacademie opgericht, en legt Fons Rademakers de 1e hand aan zijn speelfilmdebuut. Hij roept daarbij de hulp in van… Ingmar Bergman. De film komt uit, en krijgt de eerste nominatie voor een Oscar…

Naast een wereldwijd bekende filmmaker, is Bergman dus ook specifiek belangrijk voor de ontwikkeling van de Nederlandse filmwereld. Dankzij zijn werk werd film niet langer alleen gezien als vermaak. Met zijn drang om te scheppen, heeft hij de weg vrij gemaakt voor film om als kunstvorm te worden gezien. In West-Europa – en in Nederland in het bijzonder. Niet gek om in gedachten te houden tijdens het kijken van ‘A Year in A Life’ van Jane Magnusson. Ik wens u veel plezier.

Dank u wel.

Bron: Rijksoverheid