Boekmanstichting Kenniscentrum voor kunst, cultuur en beleid

Thema Boekmanstichting

Het cultuurbestel

Gerelateerde content

Literatuur uit de catalogus

Onderweg naar overmorgen : naar een wendbare en weerbare culturele en creatieve sector

Raad voor cultuur
De Raad voor Cultuur doet een dringende oproep aan minister Van Engelshoven (OCW) om de culturele en creatieve sector tijd, vertrouwen en middelen te geven om te experimenteren met nieuwe werkwijzen en nieuwe verdienmodellen. Daarnaast is een ruimer cultuurbudget en een breder palet aan financieringsinstrumenten noodzakelijk om de sector op langere termijn gezond te maken.
De raad stelt ook dat er een routekaart nodig is die helderheid en perspectief biedt. De raad pleit voor een Taskforce Stedelijke Cultuurregio, die de samenwerking binnen en tussen stedelijke cultuurregio’s kan verbeteren en borgen dat goede initiatieven, die bijdragen aan weerbaarheid, onderling worden gedeeld en nagevolgd. De raad adviseert de minister verder om de gehele komende subsidieperiode andere eisen te stellen aan instellingen die rijkssubsidie ontvangen. De raad wil de komende kunstenplanperiode benutten om alternatieven voor het huidige bestel te verkennen en te komen tot een nieuw en verbeterd bestelontwerp. De inzichten en resultaten uit de fieldlabs, de Taskforce Stedelijke Cultuurregio en de monitoring komen hierbij van pas, maar er is ook voldoende tijd voor nodig. Daarom adviseert de raad om de komende BIS-periode met één of twee jaar te verlengen en roept provincies en gemeenten op hetzelfde te doen.
Interview met de voorzitter van de Raad voor Cultuur Marijke van Hees naar aanleiding van het advies verschenen in de Volkskrant, 17-11-2020.
bezoek catalogus
2020

Cultuur dichtbij, dicht bij cultuur

Raad voor cultuur
In het advies over het cultuurbestel vanaf 2021 pleit de Raad voor Cultuur voor een verbreding van het rijkssubsidiestelsel, waar zo’n negentig instellingen onder vallen, met meer aandacht voor de regio en een moderne canon. Het landelijke cultuurbestel moet meer rekening houden met het veelzijdige culturele leven in Nederland. Iedereen in ons land moet toegang hebben tot cultuur. Door nauw samen te werken met gemeenten en provincies (stedelijke cultuurregio’s) bij de ontwikkeling van cultuurbeleid, kan er een sterker en gevarieerder bestel ontstaan. Ook pleit de raad voor een breder regionaal aanbod en een lokale verankering van cultuur en erfgoed. Daarom moet bij de uitbreiding van de BIS worden uitgegaan van een evenwichtige spreiding door het land. Een aantal toonaangevende instellingen uit stedelijke cultuurregio’s, zoals ontwikkelinstellingen, presentatie-instellingen en festivals, verdient een plek in de BIS. Maximaal vijftien regionale musea met collecties van nationaal belang ontvangen straks rijkssubsidie. 25 musea met een rijkscollectie moeten volgens het advies geheel gaan vallen onder de Erfgoedwet, waar nu al hun subsidie voor behoud en beheer is ondergebracht. Er komt meer aandacht voor design, mode, urban arts, e-cultuur, popmuziek, musical en hedendaagse muziek. Daarom wordt ook het aantal festivals in het subsidiestelsel uitgebreid. Verder worden de categorieën theater, dans en opera losgelaten, zodat ook interdisciplinaire gezelschappen een beroep op rijkssubsidie kunnen doen. Een duurzame verbetering van de arbeidsmarktpositie van professionals in de kunst- en cultuursector is essentieel volgens de raad. In de huidige kabinetsperiode is er vanaf 2020 jaarlijks 80 miljoen euro extra voor cultuur beschikbaar. Daarvan is een groot deel al gereserveerd. De voorstellen van de raad voor de subsidieperiode 2021-2024 bedragen in totaal 34 miljoen euro. Daarnaast adviseert de raad om in 2020 eenmalig 15 miljoen euro te investeren in een scholingsfonds en 5 miljoen euro in de opzet van een revolverend fonds. Zo’n fonds stelt cultuurproducenten in alle disciplines en genres in staat om meer artistieke risico’s te nemen. Voor de langere termijn is er een substantiële, extra investering nodig – bovenop de impuls van 80 miljoen euro ­– om de vitaliteit van de sector te garanderen, werkenden fatsoenlijk te betalen en kunst en cultuur voor de hele samenleving toegankelijk te maken. De raad ziet mogelijkheden om de financiële middelen aanzienlijk te verruimen via bijvoorbeeld een revolverend fonds, de Geefwet, loterijgelden voor kunst en cultuur en het belasten van superplatforms zoals Netflix, Google en Facebook.
Reactie van G. Pama: 'Meer subsidie voor regionale musea', NRC Handelsblad, 11-4-2019, reactie verschenen in de Volkskrant, 12-4-2019
bezoek catalogus
2019

Het gemis van de BIS : een kwalitatief onderzoek naar hoe de beoordeling voor de BIS geoptimaliseerd kan worden zodat deze beter aansluit bij de culturele waarde van musea

Hagedoorn, E.
Hoe kan de beoordeling voor de BIS volgens museumbestuurders en beleidsadviseurs van de Raad voor Cultuur geoptimaliseerd worden zodat deze beter aansluit bij de culturele waarde van musea? Om een antwoord op deze onderzoeksvraag te formuleren is allereerst een literatuurstudie gedaan naar waarde en verantwoording in de culturele sector. Dit resulteerde in een conceptueel raamwerk van verschillende
culturele waarden: de intrinsieke, instrumentele en institutionele waarde, en was het uitgangspunt voor interviews met museumbestuurders van vijf Nederlandse musea over hun perceptie van de culturele waarde van hun museum en voor het analyseren van de beoordelingscriteria van de Raad voor Cultuur. Die criteria zijn ook geanalyseerd aan de hand van verantwoordingseisen over prestaties, proces en financiën. Uit de resultaten blijkt dat de museumbestuurders en de adviseurs van de Raad voor
Cultuur op eenzelfde manier de culturele waarde van musea beschrijven. Toch komt de beoordeling niet geheel overeen met de culturele waarde van musea. Het waardenconflict tussen beoordelaar en beoordeelde ligt niet op het niveau van de instelling, maar komt voort uit het verschil tussen een politiek-bestuurlijke en museale rationaliteit. Om een zo waardevol mogelijke samenstelling binnen de BIS te krijgen, is het gewenst het huidige beoordelingssysteem op een aantal aspecten aan te passen. De
aanbevelingen die hiervoor worden gedaan hebben betrekking op een actievere rol van de Raad voor Cultuur, een andere invulling van het criterium maatschappelijke waarde, het integreren van kwalitatieve aspecten, en de verantwoordelijkheid van musea in het definiëren en bewijzen van hun kwaliteit.
bezoek catalogus
2018

Partners & subsidiënten