Hybride theater
Celine Daemen, Michel van der Aa en Steye Hallema (The Smartphone Orchestra) maken theatrale producties waarbij zij met inzet van digitale technologie nieuwe virtuele werelden ontsluiten. Met AI en virtual reality (VR) creëren zij immersieve ervaringen, op een VR-scherm, met een smartphone of op een podium. De rol van het publiek verandert mee.
De productie heet Songs for a Passerby, dus er is sowieso muziek. Er zijn acteurs die je gadeslaat, er is een dramatisch verloop van gebeurtenissen dat zich in real time voor je ontvouwt dus ja, je zou het theater kunnen noemen. En toch. Songs for a Passerby speelt zich niet af op een podium waar jij als conventioneel theaterbezoeker passief gadeslaat wat je wordt gepresenteerd. Nee, het ondergaan van Songs is een hoogst individuele kwestie. Een ‘meditatieve queeste’, mede mogelijk gemaakt door virtual reality-technologie.
Want die ‘acteurs’ zijn driedimensionale projecties. De voorbijgangers op straat, de reizigers in de metro, ze zijn er niet echt. De enige die lijfelijk aanwezig is bij de ‘opvoering’ ben jij. Jij, de kijker, die met een VR-headset ondergaat wat regisseur Celine Daemen voor je heeft bedacht en opgenomen. Daemen laat je wandelen in een verzonnen stadslandschap terwijl je in werkelijkheid rondjes loopt in het hier en nu. Songs for a Passerby geeft je de illusie in een geheel andere wereld te vertoeven terwijl je weet dat je in deze staat. Een ervaring als een lucide droom, zoals Daemen het zelf noemt. Daemen maakt deel uit van een bloeiende scene in Nederland waar, meer dan in het buitenland, theatermakers de samenwerking aangaan met computerprogrammeurs, softwareontwikkelaars en videogame-makers, voor wat het gesamtkunstwerk van de toekomst wordt genoemd.
Poëtische associaties
Bij Daemen zijn de poëtische associaties, opgeroepen door het beeld, meer leidend dan het plot in conventioneel theater. De kijker is een actieve observator die niet kan ingrijpen in de soms schrijnende taferelen. Een reflectie op het menselijk onvermogen, waarin ook wordt gespeeld met het gevoel van voyeurisme, en waar je figuurlijk maar ook letterlijk jezelf tegenkomt. En in Eurydice, gebaseerd op de Griekse mythe, gaat bij Daemen niet Orpheus, of een acteur in diens naam, op zoek naar zijn dode geliefde in de onderwereld, maar jij zelf. En elke keer als je een glimp van Eurydice opvangt en haar achterna gaat, glipt ze om een hoekje. Daemen: ‘Het gaat me erom, heel klassiek eigenlijk, om een soort spiegel te maken voor het publiek, door mensen midden in die ervaring te zetten en ze op een poëtische manier te confronteren met hun eigen angsten, gevoelens en associaties.’
‘Er komt een bepaalde introspectie en concentratie vrij op het moment dat jij helemaal alleen in zo’n virtuele wereld zit. Het is van een intimiteit die ik bij geen enkele andere kunstvorm heb ervaren.’
En ook al ontbreken er parameters als publiek, podium en live-acteurs, voor Daemen is wat ze maakt nog steeds theater. ‘Er loopt een heldere lijn van het traditionele theater naar wat ik doe. Op de toneelacademie voelde ik me ongemakkelijk bij die toneelvorm waarbij mensen op het pluche zitten en op afstand kijken naar de performance op het podium. Dat bleek niet mijn ding. Maar ik houd ook van die vorm waarbij het publiek fysiek aanwezig is bij iets dat zich live ontwikkelt. Alleen moeten de kijker, diens beleving en hele lijf centraal staan.’ Het gaat haar om de impact die theater moet hebben en die per definitie niet maximaal is bij traditionele toneelvormen. ‘Er komt een bepaalde introspectie en concentratie vrij op het moment dat jij helemaal alleen in zo’n virtuele wereld zit. Het is van een intimiteit die ik bij geen enkele andere kunstvorm heb ervaren.’

Humanistische thema’s
Door die immersieve, individuele ervaring zijn digitale technieken als VR bij uitstek geschikt om persoonlijke thema’s als de dood, vergankelijkheid en waarheid te behandelen. Componist/theatermaker en zelfverklaard techgeek Michel van der Aa herkent dat ‘centraal stellen van de kijker’. Hij heeft het met onder andere zijn laatste VR-werk From Dust, een virtual reality opera over identiteit ‘tailor made by you and for you’, ook gedaan. Van der Aa: ‘Om de ervaring zo persoonlijk mogelijk te maken, lieten we kijkers van tevoren een vragenlijst invullen waarna de informatie aan AI werd gevoerd.’ In een fantasielandschap word je toegezongen door de Duitse zanggroep Sjaella, ook virtueel aanwezig, en kun je het verloop van het verhaal sturen door in Van der Aa’s illusoire wereld van alles aan te raken.
Voor Van der Aa zijn het ‘de humanistische thema’s’ die zich bijzonder invoelbaar laten maken met nieuwe digitale technieken. Thema’s die juist ook door de technologie een andere urgentie krijgen. Zo krijgt onsterfelijkheid een nieuwe connotatie als het mogelijk is je bewustzijn voor altijd op te slaan in de cloud. De opera Upload (2021) gaat daarover. Of denk aan de waarheid. Ook de vraag wat echt en onecht is, een kwestie die voortvloeit uit het gebruik van VR en AI, komt als thema aan bod in zijn laatste opera Theory of Flames over complottheorieën. Weliswaar in een meer traditionele theatrale vertelvorm, waarbij het publiek gewoon in de zaal met eigen ogen mag kijken, maar met vooraf opgenomen digitale beelden en acteurs die live de interactie aangaan. De digitale magie laat je je voortdurend afvragen wat zich op het podium daadwerkelijk in het hier en nu afspeelt. En zo komen vorm en inhoud samen.
Collectief transformeren
Maar het kan rigoureuzer. Bij The Smartphone Orchestra kan het publiek collectief transformeren van passieve kijkers tot interactieve actoren. Niet alleen met een VR-project als Imaginary Friend, waarin jij het denkbeeldige vriendje wordt van een 8-jarige jongen, maar met dat apparaat dat in het dagelijks leven juist afstand schept tussen mensen: de smartphone. Die zorgt bij The Smartphone Orchestra juist voor sociale cohesie.
Creative director Steye Hallema kreeg het idee voor zijn digitale ‘orkest’ toen hij in de trein alle reizigers wezenloos op hun smartphone zag staren en zich afvroeg of de zombie-apocalyps al begonnen was.
Creative director Steye Hallema kreeg het idee voor zijn digitale ‘orkest’ toen hij in de trein alle reizigers wezenloos op hun smartphone zag staren en zich afvroeg of de zombie-apocalyps al begonnen was. ‘Ik besefte dat er ook een speaker op zit en dat je je mobieltje met muziek ook als een interactief instrument kunt gebruiken.’ Precies dat deed The Smartphone Orchestra met The Score. Een project waarbij groepen in het publiek met hun smartphone live een symfonie-orkest konden aansturen. Het werd steeds duidelijker dat je met zo’n telefoon op een nieuwe manier een verhaal kan vertellen door het publiek de hoofdrol te geven.1
In Ancestors maakt AI met een selfie van jou en die van een willekeurig ander persoon in het publiek een beeld van het virtuele nageslacht. Op basis van dat beeld wordt weer een virtueel kleinkind gecreëerd met weer twee andere grootouders en zo een paar generaties door totdat iedereen in de zaal familie van elkaar is geworden. Hallema: ‘Ik vind het als kunstenaar nu niet zo interessant om kunst te maken als zelfexpressie. Ik vind het publiek veel interessanter. Omdat ik met de toeschouwers verhalen kan maken zodat ze ervaren dat we bij elkaar horen, wat grote urgentie heeft in deze tijden van polarisatie.’
Enthousiasme
Al die technieken hebben de rol van de kijker veranderd en zorgden voor een ervaringsspectrum waarop de nieuwe theaterbezoeker een plekje kan kiezen. Van de actieve waarnemer met autonomie maar zonder handelend vermogen (Songs for a Passerby) naar de interactieve kijker, zoals in From Dust, tot de interactieve protagonist wiens handelen zo’n onlosmakelijk deel is geworden dat die het project daadwerkelijk vormgeeft (The Smartphone Orchestra). Links van het spectrum staan film en theater, rechts daarvan videogames.
‘Als er een portal op je scherm verschijnt moet je weten dat het de bedoeling is dat je daardoor heen stapt. Je merkt dat een jonger publiek dat beter kan duiden, omdat dat een deel van hun vocabulaire is.’
Dat brede spectrum maakt dat al die verschillende vormen van hybride (podium)kunst moeilijk onder één noemer te vangen zijn en vaak worden ondergebracht bij het kopje film. Van der Aa won vorig jaar met From Dust op het Filmfestival van Cannes de Immersive Award. Daemen ontving in 2023 op het Filmfestival van Venetië de Immersive Grand Prize. En Hallema’s Ancestors, waarbij alleen het smartphoneschermpje een rol speelt, kreeg in 2025 een Gouden Kalf in de ietwat onbeholpen klinkende categorie ‘Beste Digitale Cultuurproductie’.
En het publiek? Dat omarmt zijn nieuwe rol met enthousiasme. Moeilijke technologie is vaak zo gebruiksvriendelijk gemaakt dat iedereen van 8 tot 80 ermee overweg kan. Van der Aa: ‘Wat je wel merkt is dat een VR-ervaring soms ook de taal hanteert van videogames. Als er een portal op je scherm verschijnt moet je weten dat het de bedoeling is dat je daardoor heen stapt. Je merkt dat een jonger publiek dat beter kan duiden, omdat dat een deel van hun vocabulaire is.’
Onwennigheid
Ook de makers worden soms, op een hele andere manier, geconfronteerd met onwennigheid.
Daemen: ‘Het is best moeilijk om aan traditionele kunstfondsen uit te leggen waarom je een computerprogrammeur nodig hebt die veertig dagen bezig is met je project.’ Ze zit inmiddels wel in het vierjarenplan van het Fonds Podiumkunsten. Daarnaast bestaan er fondsen die speciaal voor dit soort hybride kunstvormen in het leven zijn geroepen. Immerse Interact is een samenwerking tussen het Stimuleringsfonds voor Creatieve Industrie en het Nederlands Filmfonds om crossovers tussen film, digitale cultuur en vormgeving te versterken. En CIIIC (Creative Industries Immersive Impact Coalition) ondersteunt makers, onderzoekers, bedrijven en overheden in de ‘Nederlandse Immersive Experiences Industry’.
Songs for a Passerby, regie: Celine Daemen, 2023. Fotografie: Florian Braakman
Fondsen zijn geen overbodige luxe voor een kunstvorm die enerzijds hoge kosten heeft en anderzijds qua kaartverkoop veel minder oplevert dan het traditionele theater. Door de aard van veel VR-kunst, kan nu eenmaal niet een hele zaal in één keer bediend worden. Daar staat tegenover dat het maken van de productie de grootste kostenpost is. Acteurs, muzikanten en zangers hoeven niet bij elke virtueel ‘optreden’ weer betaald te worden.
Waarom zou je überhaupt nog naar het theater gaan als digitale technieken dat overbodig maken? Je kunt ook je eigen virtuele podium, je online platform oprichten. Michel van der Aa heeft vorig jaar HERE gelanceerd waarop je zijn VR-stukken gewoon thuis kunt ondergaan. ‘Als je de headset opzet, waan je je op het podium van een groot operahuis, waar je mijn werken kunt selecteren, want ze zweven als icoontje om je heen. Je hebt alleen die dure headset nodig. Maar met lage prijzen voor het downloaden haal je dat er wel weer uit.’2
Of dit soort ‘theater’ een mainstream en wijdverbreide cultuurtak gaat worden? Eén waarbij de cultuurconsument voor een avondje stappen net zo makkelijk kiest voor een digitale immersieve ervaring als voor een film of concert? Hallema: ‘Als je het over VR hebt, dan moet ook de VR-headset gemeengoed worden en die is nu nog vrij duur. Maar zo’n ding is inzetbaar in zoveel meer zaken dan alleen kunst. Tutorials bijvoorbeeld. Waar je nu iets kunt leren met video’s op YouTube, kan dat veel effectiever met 3D-beeld.’ Als een headset dan inderdaad gemeengoed wordt, vermoedt Hallema dat mensen op brede schaal kunnen kiezen tussen uitgaan voor die immersieve ervaring, of die gewoon thuis op een online platform ondergaan.
Voor de makers leverde het in ieder geval geen moment te vroeg ongekende mogelijkheden op om hun verhaal te vertellen op hun manier. Daemen, voor wie die nieuwe technologieën de zo belangrijke intimiteit creëren, deed het acht jaar geleden noodgedwongen op zijn houtje-touwtjes. ‘Voor mijn afstudeerproject in 2018 had ik een installatie gemaakt waarbij je als kijker je hoofd door een gat in een doos moest steken en je vervolgens omringd werd door beeldschermen. Inderdaad, een soort VR-ervaring avant la lettre.’
Celine Daemen, Michel van der Aa en Steye Hallema (The Smartphone Orchestra) maken theatrale producties waarbij zij met inzet van digitale technologie nieuwe virtuele werelden ontsluiten. Met AI en virtual reality (VR) creëren zij immersieve ervaringen, op een VR-scherm, met een smartphone of op een podium. De rol van het publiek verandert mee.
1 Zie Nuchelmans, A, (2018) ‘De telefoon als stemvork: het Smartphone Orchestra’. In: Boekman, jrg. 30, nr. 116, 12-13.
2 De app is te downloaden van het softwaredistributieplatform Steam: store.steampowered.com/app/4022770/HERE__Immersive_Music_Theater
Pablo Cabenda
Pablo Cabenda is als freelance journalist onder meer werkzaam voor de Volkskrant