Boekmanstichting Kenniscentrum voor kunst, cultuur en beleid

Home » Verdieping » Boekman artikelen » Talkin’ ’bout my generation

Talkin’ ’bout my generation

De link tussen generaties en cultuur

De verschillen die tussen generaties worden gezien, bieden ogenschijnlijk houvast. Ogenschijnlijk, omdat generatietyperingen meestal op flinterdun bewijsmateriaal zijn gebouwd.

De grondlegger van de generatie­sociologie, de Hongaars­Duitse socioloog Karl Mannheim, benadrukte eind jaren twintig van de vorige eeuw dat een generatie niet hetzelfde is als een geboortecohort, maar een groep van tijdgenoten die het besef delen tot een generatie te horen.

Het zijn de generatie­eenheden die een generatie een duidelijk gezicht geven en de basis vormen van de etiketten die op een generatie worden geplakt. Het gaat om een voorhoede met ‘veranderings potentieel’.

Generatie­effecten verwijzen naar stabiele opvattingen en (on)mogelijkheden van mensen, die op te vatten zijn als blijvende gevolgen van gebeurtenissen in hun formatieve periode.

Start de formatieve periode met 15 jaar en eindigt die als we 25 zijn, of wordt dat steeds later nu we langer ‘jong’ mogen zijn?

Er waren in 2010 verschillen tussen cohorten: het bereik van populaire vormen van cultuur (zoals popmuziek en film) was groot onder jonge cohorten. Bij traditionele vormen (klassieke muziek, ballet en dergelijke) ontbrak zo’n duidelijk patroon.

Kijkend naar publiek is vooral de vraag van belang of jongere generaties andere voorkeuren hebben dan oudere generaties en zo ja, of dat blijvend is (generatie­effect) of overgaat als jongere generaties zelf weer ouder worden (leeftijdseffect).

Het gaat hierbij om de vraag hoe jongere generaties, makers maar ook publiek, kansen krijgen in de cultuursector, hoe generaties samen invloed kunnen uit­oefenen op cultuurbeleid, hoe er via solidariteit tussen generaties ook zaken als Fair Practice en Fair Pay vorm krijgen.

Noten 

1 Generatie- en cultuuronderzoeker Andries van den Broek spreekt hier van ‘de verraderlijke charme van het begrip generatie’. Zie zijn gelijknamige artikel uit 2001 in Tijdschrift voor Sociologie, jrg. 22, nr. 4, 329-360. 

2 Zie Diepstraten, I. (et al.) (1998) Mijn generatie: zelfbeelden, jeugdervaringen en lotgevallen van generaties in de twintigste eeuw. Tilburg: Syntax Publishers; Ester, P. (et al.) (2008) Mijn generatie, tien jaar later. Amsterdam: Rozenberg Publishers; en Diepstraten, I. (et al.) (1999) ‘Over generaties gesproken: alter en ego beelden van generaties in Nederland’. In: Amsterdams Sociologisch Tijdschrift, jrg. 27, nr. 3, 344-370. 

3 Eksteins, M. (1990) Lenteriten: de eerste wereldoorlog en het ontstaan van de nieuwe tijd.  Houten: De Haan/Unieboek BV.  

4 Mannheim, K. (1928/1929) ‘Das Problem der Generationen‘. In: Kölner Vierteljahresheft für Soziologie, jrg. 7, 157-185, 309-330. 

5 Zie voor meer uitleg over deze ‘analytische knoop’ Broek, A. van den, R. Bronneman-Helmers en V. Veldheer (red.) (2010) Wisseling van de wacht: generaties in Nederland: sociaal en cultureel rapport 2010. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, 26-29. De voorbeelden van generaties en vrijetijd komen uit het hoofdstuk ‘Verschillen in vrijetijdsbesteding’, 359-383. 

6 Zie voor discussie over het begrip formatieve jaren het proefschrift van Andries van den Broek (1996) Politics and generationsTilburg: Tilburg University Press. Zie ook noot 1. 

Isabelle Diepstraten is socioloog en senioronderzoeker en lerarenopleider bij Fontys Hogeschool in Tilburg 

Henk Vinken is socioloog en onderzoekadviseur bij Pyrrhula Research Consultants in Tilburg

Partners & subsidiënten