Hoe staat het Brabantse culturele leven ervoor? Wat is de waardering van het culturele aanbod, hoe lopen de geldstromen en waar zien we veranderingen door de tijd? Voor de vijfde keer is de Boekmanstichting betrokken bij de regionale monitor Waarde van Cultuur. In samenwerking met Kunstloc Brabant, Het PON & Telos en Pyrrhula Research Consultants brengen we de trends en ontwikkelingen van het culturele leven in deze zuidelijke provincie in kaart.
Op donderdag 10 september werden de belangrijkste resultaten gedeeld tijdens een publieke bijeenkomst in de Verkadefabriek in ’s-Hertogenbosch. Daarbij lag de nadruk niet alleen op wat de cijfers vertellen, maar vooral op de vraag wat je ermee kunt: hoe vertaal je inzichten uit onderzoek naar concrete acties, beleid en programmering?
In aanloop naar de presentatie spraken we met Meintje de Roest (adviseur Kennis & Onderzoek bij Kunstloc Brabant), Arne Broekhoven (aanjager Impact en Netwerk bij Kunstloc Brabant) en Maartje Goedhart (onderzoekscoördinator bij de Boekmanstichting). Over het belang van regionale samenwerking, onderzoeksmethoden, data-ondersteunend werken en de soms lastige vertaalslag van cijfers naar de praktijk.
Landelijke cijfers krijgen een regionale context
Voor de Boekmanstichting is het belangrijk om niet alleen landelijk te monitoren, maar ook regionaal in te zoomen. Juist daar beschikt een organisatie als Kunstloc Brabant over kennis die in landelijke statistieken niet vanzelfsprekend zichtbaar wordt.
Maartje Goedhart: ‘Door kennis van het Brabantse culturele veld – de vragen van beleidsmakers, de verschillen tussen gemeenten – te combineren met onze landelijke cijfers, ontstaat een veel rijker beeld van de provincie dan de statistieken alleen kunnen geven. Andersom werkt het net zo goed: de samenwerking brengt landelijke en regionale monitoring dichter bij elkaar, en versterkt zo ook de inzichten van de landelijke Cultuurmonitor. ‘
Benchmark
Meintje de Roest: ‘Een van de basiszaken die we in de monitor behandelen is de benchmark: het verschil tussen Brabant en de andere provincies. Die benchmark zouden we zonder de samenwerking met de Boekmanstichting niet kunnen maken. Jullie hebben heel veel kennis over de landelijke cijfers: wat er wel verzameld wordt, wat niet, waarom we sommige cijfers of data wel mee kunnen nemen en waarom we van andere zaken geen landelijk beeld kunnen maken omdat er data mist, incompleet is of van onvoldoende kwaliteit. Er is sprake van kennisdeling, we hebben een kort lijntje voor vragen.’
Aan de achterkant groeien de landelijke en regionale monitor steeds verder naar elkaar toe. De dashboards zijn aan elkaar gekoppeld: wanneer cijfers in de landelijke Cultuurmonitor worden geactualiseerd, komen die ook in het dashboard van Waarde van Cultuur terecht.
Maartje: ‘Door met zoveel mogelijk de dezelfde definities en indicatoren te werken, kunnen we de cijfers uit Brabant vergelijken met uitkomsten in andere provincies en kun je bovendien zien of iets typisch Brabants is of juist onderdeel van een bredere, landelijke trend. Zonder die gedeelde definities zou je appels met peren vergelijken – nu kun je er echt iets zinnigs over zeggen.’
Een eigen Brabants profiel
Die vergelijking maakt tegelijkertijd zichtbaar dat Brabant een eigen cultureel profiel heeft.
Het aantal festivals ligt relatief hoog en ook het cabaretbezoek valt op. Juist zulke verschillen maken het mogelijk om scherper te benoemen wat kenmerkend is voor het culturele leven in Brabant.
Deze editie bevat bovendien voor het eerst uitgebreidere cijfers over culturele opleidingen. Daarmee worden ontwikkelingen zichtbaar tot op het niveau van afzonderlijke opleidingen, bijvoorbeeld de groei van architectuur of bouwkunde tegenover een dalend aantal studenten algemene cultuurwetenschappen.
Maartje: ‘Wat we vooral laten zien is dat een lage plek op de ranglijst niet automatisch een probleem hoeft te zijn. Zo scoort Noord-Brabant bijvoorbeeld relatief laag op het aantal beschermde erfgoedlocaties per inwoner. Maar omdat erfgoedregistraties maar langzaam veranderen, ligt de beleidsopgave niet zozeer bij ‘meer monumenten aanwijzen’. Het gaat veel meer om behoud, zichtbaarheid, herbestemming en het meenemen van erfgoed in ruimtelijke plannen. Cijfers brengen het gesprek op gang, maar duiding en context zijn minstens zo belangrijk om ze te begrijpen.’
Van onderzoek naar praktijk
Die duiding is een belangrijk onderdeel van Waarde van Cultuur. De monitor wordt nadrukkelijk niet alleen vóór beleidsmakers en culturele organisaties gemaakt, maar steeds meer mét hen.
Meintje: ‘Het is echt een gezamenlijk project. Dat betekent dat we elkaar scherp kunnen houden, dat we van elkaar kunnen leren en dat we een mooi overkoepelend beeld kunnen vormen van de sector. Een goed voorbeeld van het samen optrekken zijn de kenniskringen. We hebben deze editie uitwisseling georganiseerd rond bepaalde thema’s, waarbij onderzoekers van Kunstloc Brabant, de Boekmanstichting en Het PON & Telos in gesprek gingen met beleidsmakers.’
‘Daar presenteren we resultaten en actuele inzichten uit het onderzoek. We vertellen ook wat de methoden daarachter zijn: wat zegt dit wel, en wat zegt dit niet? Vervolgens zijn de beleidsmakers daarmee aan de slag gegaan. Ik zie voor Kunstloc Brabant met name een rol in het vertalen van onderzoek naar beleid.’
Dat directe contact werkt ook andersom. De vragen van beleidsmakers en culturele organisaties laten zien welke informatie bruikbaar is en waar een dashboard of presentatie nog verbeterd kan worden.
Arne Broekhoven: ‘Je komt er daardoor achter: wat zijn nou echt de vragen die leven in het werkveld of bij beleidsmakers? Doordat we als het ware op hun vingers kijken wanneer ze met het dashboard aan de slag gaan, zien we precies wat ze doen en ook waar ze op vastlopen.’
Meintje: ‘De opdrachtgevers zijn ten opzichte van de vorige editie veel meer betrokken. Ze weten steeds beter wat er wel in staat en wat niet, maar ook wat wel mogelijk is en wat niet mogelijk is. Ik weet dat de provincie nu bijvoorbeeld bezig is met de vraag: wat gaan we vanaf 2029 doen? En daarbij worden die kenniskringen echt actief gebruikt om informatie en kennis op te halen.’
Niet datagedreven, maar data-ondersteunend
De rol van Kunstloc Brabant stopt niet bij het verzamelen van vragen uit het veld. De organisatie probeert onderzoeksresultaten actief te verbinden aan verhalen en ontwikkelingen uit de culturele praktijk.
Arne: ‘Wij zijn binnen ons werk veel bezig met tellen en vertellen. We publiceren verhalen over de culturele sector op onze website, en bij die verhalen proberen we eigenlijk altijd ook onderzoeksresultaten te plaatsen. Dat kunnen cijfers zijn uit de Cultuurmonitor, Waarde van cultuur, maar ook uit ander onderzoek, bijvoorbeeld van het LKCA. Er wordt veel goed en mooi onderzoek gedaan. Wij laten zien hoe je dat vertaalt naar de praktijk. We kiezen voor de term data-ondersteunend werken, in plaats van het veelgebruikte datagedreven werken. Niet de cijfers bepalen het verhaal; ze helpen om observaties, ervaringen en verhalen uit het culturele veld beter te onderbouwen.’
‘Er wordt makkelijk gesproken over datagedreven werken, waarbij data de basis zijn voor alles. Wij denken juist dat de combinatie van cijfers en verhalen belangrijk is: luisteren naar wat mensen te vertellen hebben, vanuit alle plekken in de culturele sector. In onze organisatie hebben onze adviseurs veel feeling met het werkveld. Ze staan er met hun neus bovenop op en halen veel expertise op. Data vervangen dat niet.’
‘Soms is er nog steeds enige weerstand tegen het gebruik van data in de culturele sector. Dan is het aan ons om uit te dragen: data zijn niet vervangend, maar kunnen juist versterkend zijn voor je verhaal. Daarbij proberen we de culturele sector ook ammunitie te geven om hun verhaal sterker te maken richting beleidsmakers.’
Van losse eilandjes naar een gedeeld beeld
De samenwerking rond Waarde van Cultuur laat daarmee zien hoe regionale en landelijke monitoring elkaar kunnen versterken. Niet door regionale verschillen glad te strijken, maar juist door vergelijkbaarheid te creëren én ruimte te houden voor lokale context.
Maartje: ‘Voor de toekomst ligt er vanuit de Boekmanstichting de ambitie om die uitwisseling verder te intensiveren en nog beter te organiseren. Waarde van Cultuur deelt bijvoorbeeld al het dashboard van de landelijke Cultuurmonitor, net zoals de Cultuur- en Erfgoedmonitor in Gelderland dat doet. Het zou geweldig zijn als we die manier van uitwisselen ook in andere provincies verder kunnen uitbouwen, zodat we samen het landelijke beeld steeds beter kunnen vullen met data en inzichten.’
Voor Arne zit de essentie uiteindelijk in één woord: verbinding.
‘De meerwaarde zit in het verbinden van niveaus: tussen landelijk en lokaal, tussen de verschillende onderzoeken, maar ook in het overbruggen van de kloof tussen onderzoek en praktijk. Juist daarin vinden we elkaar. Aan de ene kant gaat het om wat er mogelijk is vanuit onderzoek, aan de andere kant om de behoeften van beleidsmakers en het veld. En daar bouwen we iedere twee jaar toch weer één gezamenlijk product uit op. Dan zie je dat de ontwikkeling daardoor echt versnelt.’
Meintje: ‘Ja, wat kan ik daar nog op aanvullen? Ik had het beeld van allemaal eilandjes. Dat klopt misschien niet helemaal, maar het gevaar is wel dat we in de culturele sector te veel afzonderlijk van elkaar werken. Zeker omdat het zo’n brede en diverse sector is, met veel verschillende organisaties en lagen. De meerwaarde van deze samenwerking is dat we die losse werelden met elkaar verbinden. Zo ontstaat er iets groters.’
Meer over Waarde van cultuur Brabant 2026
Dit gesprek laat zien hoe de samenwerking achter Waarde van cultuur tot stand komt en hoe landelijke en regionale kennis elkaar daarin versterken. Benieuwd naar de uitkomsten van de monitor? Bekijk Waarde van cultuur Brabant 2026, met het Brabantse profiel in twaalf conclusies en verdere verdieping van de resultaten.
