Boekmanstichting Kenniscentrum voor kunst, cultuur en beleid

Verslag KNAW debat over openbare bibliotheken

Hoe zien openbare bibliotheken hun toekomst? Dat was de vraag die centraal stond tijdens de discussiemiddag van de Boekmanstichting en de KNAW op 7 oktober in het Trippenhuis te Amsterdam. Maatschappelijke en technologische ontwikkelingen brengen voor de openbare bibliotheken ingrijpende veranderingen met zich mee. Ook de invoering van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen, die in januari van kracht wordt, zal gevolgen hebben. De overheid stuurt aan op samenwerking. Welke rol spelen partnerschappen hierbij en wat kan de culturele sector hiervan leren? Na inleidingen door drie gastsprekers volgde een debat met  vertegenwoordigers van bibliotheken onder leiding van voorzitter Kitty Zijlmans.  

Frank Huysmans, hoogleraar bibliotheekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, stelde dat niet het uitlenen van boeken de belangrijkste taak van openbare bibliotheken is, maar het faciliteren van de persoonlijke ontwikkeling. Hij liet zien hoe het leengedrag zich het afgelopen decennium heeft ontwikkeld. Wat blijkt? Het aantal leners en uitleningen, maar ook het aantal verkochte boeken en cd’s is sinds 1995 dramatisch gedaald. Het goede nieuws is dat het aantal kinderen onder de leners is toegenomen. Desgevraagd schetste Huysmans drie toekomstscenario’s voor de openbare bibliotheken. Als eerste de ‘retailbibliotheek’ die zich op traditionele wijze toelegt op het uitlenen van boeken. Als tweede het huis van de gemeenschap, dus met een nadrukkelijke maatschappelijke functie, met aandacht voor zichtbaarheid in de wijk en samenwerking, bijvoorbeeld met culturele centra. En als derde het digitale informatieknooppunt.

Het huis van de gemeenschap had zijn voorkeur, met verbindingen tussen de bibliotheek en onderwijs, media, cultuur en zorg en welzijn. Zo kunnen plaatselijke bibliotheken met lokale media de informatievoorziening voor de regio stroomlijnen en kunnen gemeenten via bibliotheken proberen contact te maken met specifieke groepen, zoals jongeren en ouderen. Openbare bibliotheken dienen zich dan ook te herpositioneren in het publieke domein, verdedigde Huysman. Want uit onderzoek blijkt dat de OB van oudsher een grote rol speelt bij het uitlenen van boeken, maar een relatief kleine speler is binnen het sociale, maatschappelijke domein. Dat ligt in veel andere landen geheel anders. Dat moet veranderen, vindt de hoogleraar. Hij noemde de rol van sociaal platform voor de openbare bibliotheek cruciaal. ‘Bibliotheken kunnen mensen bij elkaar brengen. Álle mensen, uit alle lagen van de bevolking.’

Zijn betoog sloot naadloos aan op de inspirerende presentatie  van architect Francine Houben over ‘haar’ bibliotheek, de Public Library van Birmingham. Zij demonstreerde wat een openbare bibliotheek voor een stad kan betekenen. Haar missie was het publiek het gebouw in te lokken en het gebouw, dat immers gerealiseerd is uit publieke middelen, ook werkelijk tot publiek domein te maken. Niet voor niets sprak ze van een people’s palace. ‘Een openbare bibliotheek moet bieden wat de bewoners van de stad nodig hebben’. In dit geval was dat een theater, een stadsarchief en een gezondheidscentrum. Plus een omvangrijke kinderbibliotheek. Die bevindt zich op de laagste verdieping. Daarboven stapelen zich meerdere verdiepingen, die zich ‘als een learning journey’ stapelen, via depots en onderzoeksruimten, tot aan de  bovenste laag waar de Shakespeare Memorial Room is ondergebracht. Veel meer dan in Nederland het geval is, ziet men in het Verenigd Koninkrijk, maar ook andere landen, de economische noodzaak in van de openbare bibliotheek als de facilitator van life long learning. Dit tekent zich af in de architectuur van de public library in Birmingham. Houben gaf haar gehoor nog een suggestie mee: ‘be prepared for change’. Oftewel, denk ook bij het inrichten aan de houdbaarheid van een gebouw. Zorg ervoor dat je als bibliotheek snel kunt inspelen op veranderingen in de maatschappij. Als de vraag naar cd’s verdwijnt, betekent dat niet dat de vraag naar muziek verdwijnt. ‘Dan hang je dus extra headsets op’. 

De voorzitter vroeg om reacties op de stelling dat openbare bibliotheken alleen kunnen overleven als zij vruchtbare vormen van samenwerking vinden.

Huysmans benadrukte dat samenwerking met private partijen niet moet worden uitgesloten. De functie van de openbare bibliotheek is weliswaar een overheidsaangelegenheid, maar de invulling niet per se. Volgens Erna Winters, directeur van Bibliotheek Kennemerwaard, komt het publiek soms met heel andere vragen en initiatieven dan verwacht. Je beoogt met een bepaald aanbod een bepaald bereik te hebben, maar nieuwe ideeën van buiten kunnen leiden tot nieuwe gebruiksvormen van de collectie en het gebouw. De bibliotheek moet open staan voor de wensen en verlangens van de omgeving. Denk bijvoorbeeld aan instellingen die gebruik willen maken van een deel van de bibliotheek, misschien wel buiten de gewone openingstijden, en daarbij wellicht nieuwe publieksgroepen aantrekken. Dat kan gevolgen hebben voor de inrichting van het gebouw, voor de collectie en voor de informatievoorziening.  

Paul Rutten, lector Creative Business, Kenniscentrum Creating010, Hogeschool Rotterdam, ging na de pauze vooral in op  mogelijke partnerschappen van bibliotheken. Volgens hem zijn bibliotheken centrale plaatsen voor ontmoeting, debat en dialoog, en dat moet je koesteren. ‘Als je een bibliotheek hebt, dan zou je wel gek zijn wanneer je die afschaft’.  Hij ziet de toekomst voor bibliotheken in clustering met bijvoorbeeld lokale media- en omroepinstellingen. Maar bibliotheken moeten ook durven nadenken over nieuw aanbod, en niet teveel vasthouden aan hun traditionele werkwijze. Huysmans wees erop dat de primaire functie onveranderd blijft: het faciliteren van de persoonlijke ontwikkeling. ‘Maar over de invulling kun je nadenken’.

Twee mooie voorbeelden kwamen hierbij op tafel. Nan van Schendel, directeur Bibliotheek Gouda, vertelde dat zij aan de wensen van het publiek probeert te voldoen door ‘te spelen’ met de collectie en zo nodig diepgang te verschaffen. En dat waardeert het publiek. Ook Erna Winters kon hierover meepraten. In de kop van Noord-Holland bestiert een lokale historische vereniging een vast loket in de bibliotheek. Dat trekt ook veel scholen aan.

In antwoord op de  vraag van Zijlmans of ervaringen van openbare bibliotheken als model kunnen dienen voor ontwikkelingen in de gehele culturele sector merkte Winters op dat de openbare bibliotheken niet zomaar vergeleken kunnen worden met culturele instellingen zoals een theater of gezelschap. Dat betreft ook de financiering, viel Martin Berendse, directeur van de OBA, haar bij. De openbare bibliotheek is toch vooral een publieke basisvoorziening.

De discussie over de toekomst van de bibliotheek spitste zich toe op de  meerwaarde van de infrastructuur van het bibliotheekwezen in Nederland. Er werd verschillend gedacht over de mate van efficiency van het interbibliothecair leensysteem (mooi en rijk, maar traag en duur), maar over de kracht van het onderlinge netwerk van bibliotheken was men het eens. Zijlmans vroeg zich tot slot af: zit er wellicht nog meer potentie in allianties? Rutten suggereerde dat er voor bibliotheken winst valt te halen uit het opbouwen van een warme relatie met uitgevers, maar kreeg hiervoor weinig bijklank. Een andere suggestie  beviel de aanwezigen beter: de bibliotheek moet meer aansluiting zoeken bij de belevingswereld van het publiek. De uitstraling van het gebouw speelt daarbij een essentiële rol.

Tot slot benadrukte de directeur van de Koninklijke Bibliotheek, Bas Savenije, dat we niet kunnen verwachten dat de oplossing voor maatschappelijke problemen zoals analfabetisme, laaggeletterdheid en gebrek aan mediawijsheid alleen bij de bibliotheken moet worden gevonden. Ook voor het onderwijs ligt hier een taak.

Margot Dijkgraaf, directeur van de Boekmanstichting, sloot af: het debat vormde een vruchtbare basis voor Boekman 102 over openbare bibliotheken dat volgend voorjaar verschijnt.

Bekijk meer: Verslagen

Partners & subsidienten