Boekmanstichting Kenniscentrum voor kunst, cultuur en beleid

Verslag: Onderzoek in Zicht door Steven de Waal

Steven de Waal, ondernemer, consultant en oprichter van Public SPACE, een denktank en platform ter bevordering van maatschappelijk ondernemerschap in Nederland, schreef in 2014 zijn proefschrift  De waarde(n) van maatschappelijk leiders. Een actueel thema, ook in de culturele sector.

Ondanks de overvloedige regen kwam er een groep betrokken geïnteresseerden op maandag 20 november naar de Boekmanstichting  om te luisteren naar de lezing van De Waal over zijn onderzoek en de huidige ontwikkelingen. De lezing vond plaats in het kader van de reeks Onderzoek in Zicht, waar de Boekmanstichting onderzoekers een podium biedt om hun dissertatie op het gebied van kunst- en cultuurbeleid en -praktijk toe te lichten.

Leiderschap gaat voor De Waal niet in de eerste plaats over macht, het gaat over het vermogen om andere mensen mee te nemen. Niet alleen de politiek draagt bij aan het maatschappelijk belang. Maatschappelijk leiders zijn prominente burgers die zich met de publieke zaak bemoeien. Maatschappelijk leiderschap gaat over bijdragen aan de samenleving, goed burgerschap. Een ondernemende houding en vaardigheden zijn dan vaak nodig.

Een goede maatschappelijk leider is ook lastig voor zijn omgeving, zo stelde De Waal. Goed gedrag ten opzichte van de samenleving is namelijk niet altijd inherent aan de verwachtingen van de Raad van Toezicht of van de politieke omgeving.
In zijn proefschrift keek De Waal heel gericht waar maatschappelijk leiderschap vooral optreedt en nuttig is in het publieke domein. Private partijen die publieke diensten leveren doen dit vaak beter dan de overheid. Dit heeft te maken met de morele eigen waarden van de maatschappelijk leider, die onafhankelijk opereert, los van oude managementnormen. Natuurlijk gaat dat ook weleens mis.

De meeste affaires, bijvoorbeeld, misbruik van directeuren in de gezondheidszorg die zichzelf verrijken onder het mom van ondernemerschap, hebben te maken met slecht toezicht. Dit heeft onder meer te maken met een (achterhaalde) technocratische, instrumentele managementstijl, waardoor bestuurders niet in staat zijn effectief in te spelen op veranderingen.

De Waal benadrukt dat hij in zijn onderzoek vooral heeft gekeken naar wat er goed gaat. En of er overeenkomstige waarden te vinden waren  bij de maatschappelijke leiders die hij onderzocht. De maatschappelijke leiders  in de studie hebben een opvallend eigen waardenpatroon, dat afwijkt van de overheersende waardenpatronen van politieke leiders. Maatschappelijk leiders hebben invloed op de maatschappij omdat ze maatschappelijke waarde creëren op vrijwillige basis, vanuit een intrinsieke motivatie. Politici kunnen ze als concurrenten gaan beschouwen.

Ondanks het feit dat vertegenwoordigers van de culturele sector grotendeels ontbreken in het proefschrift, wist De Waal met aansprekende voorbeelden het thema relevant te maken voor het aanwezige publiek.

Volgens De Waal zijn bestuurders van culturele instellingen gedwongen veel meer na te denken over hun maatschappelijke meerwaarde. Voor wie doen ze het nou eigenlijk en waar heeft de samenleving behoefte aan? De cultuursector zou zich drie dingen moeten afvragen; Hebben we de goede leider? Hebben we de juiste Raad van Toezicht? Hebben we de juiste publieke context? Een Raad van Toezicht moet inzicht hebben in ‘het grote waarom’ van de instelling en moet dit uit dragen en daar op aansturen. Daarnaast is het gewenst dat ze een relatie met de stakeholders hebben en weten wat er leeft.

Wat betreft de recente ontwikkelingen in het Stedelijk Museum Amsterdam rond het leiderschap van Beatrix Ruf kan je je afvragen wat haar intrinsieke motivatie was bij het aanvaarden van deze functie. Koos zij voor het Stedelijk Museum Amsterdam omdat zij dit museum verder wilde brengen of was het vooral een volgende stap ter bevordering van haar eigen naam, netwerk en business? Heeft zij haar afwegingen van te voren transparant toegelicht aan de Raad van Toezicht en stakeholders? Beschikte de Raad van Toezicht van het Stedelijk Museum Amsterdam zelf over voldoende competenties en ervaring? Kon de Raad van Toezicht Ruf wel aan, zo vroeg De Waal zich hardop af.

In het aanwezige publiek ontstond als vanzelf een levendige discussie rondom dit thema, waarin op een gegeven moment de gedeelde conclusie luidde ‘dat er rondom “de affaire Ruf” in het Stedelijk Museum Amsterdam meer speelde dan alleen de nevenactiviteiten van Ruf.’ Steven de Waal had, met zijn presentatie over de waarden van maatschappelijke leiders, food for thought gegeven. Zoals een bezoeker na afloop zei: ‘De discussie over waarden zal nog lang gevoerd worden de komende tijd.’

Powerpoint 

Foto’s: Nuran Bozkurt






Bekijk meer: Verslagen

Partners & subsidienten