Boekmanstichting Kenniscentrum voor kunst, cultuur en beleid

Verslag Onderzoek in zicht: maatschappelijke opbrengst bibliotheken

Marjolein Oomes gaf 9 november een presentatie over het lopende nationale onderzoeksprogramma voor openbare bibliotheken, ‘Meten Maatschappelijke Opbrengst’ (MMO).

De lezing, ‘De maatschappelijke opbrengst van de bibliotheek', vond plaats in het kader van de reeks Onderzoek in Zicht waarmee de bibliotheek van de Boekmanstichting onderzoekers een podium biedt hun bevindingen op het gebied van kunst, cultuur en beleid toe te lichten.

Oomes was in het verleden werkzaam bij het Sectorinstituut voor Openbare Bibliotheken (SIOB). Sinds de taken van SIOB dit jaar geïntegreerd werden in de Koninklijke Bibliotheek, is zij verantwoordelijk voor de coördinatie van het nationaal onderzoeksprogramma voor openbare bibliotheken. Oomes hoopt bovendien te promoveren op het onderzoek.

‘Meten Maatschappelijke Opbrengst’ richt zich op de ontwikkeling van meetinstrumenten die de maatschappelijke opbrengst van openbare bibliotheken in kaart brengen. Er is een groeiend belang aan het kunnen aantonen van de maatschappelijke waarde van bibliotheken, aldus Oomes. Het zijn geen makkelijke tijden voor bibliotheken. Bezuinigingen, digitalisering en veranderende verwachtingspatronen roepen vragen op over de rol die bibliotheken vervullen in de maatschappij. Kortom, openbare bibliotheken moeten meer dan ooit hun waarde aantonen, verantwoorden en legitimeren.

De rol van bibliotheken wordt tot op heden teveel gemeten in ‘outputs’ en te weinig in ‘outcomes’, aldus Oomes. Traditionele onderbouwing met statistieken zegt niet alles. We weten bijvoorbeeld hoeveel boeken er worden uitgeleend, maar niet wat het lezen van die boeken bijdraagt aan het maatschappelijk welzijn. En bibliotheekbezoekers die geen boeken lenen, maar wel gebruik maken van andere diensten, blijven buiten de statistieken. Om de waarde van bibliotheken in de samenleving te bepalen is inzicht nodig in de zogenaamde ‘outcomes’ van de bibliotheek: het effect van de verschillende bibliotheekdiensten op bezoekers, als individu of als groep. Met deze kennis kunnen bibliotheken beter kritisch reflecteren op wat zij doen en hoe zij dit doen, hun dienstverlening verbeteren, zo ook hun pr.

Op basis van grootschalig literatuuronderzoek en kwalitatief vooronderzoek zijn de ‘outcomes’ in vijf domeinen ondergebracht: educatie, sociaal (sociale cohesie), economisch (denk aan voorbereiden op arbeidsmarkt), cultureel (cultuurdeelname, diversiteit) en affectief (ontspanning, leesplezier). Een grootschalig nationaal enquêteonderzoek onder 1500 gebruikers en niet-gebruikers vormde de afrondende stap van de verkenningsfase van het onderzoeksprogramma. Respondenten werd gevraagd waarvoor ze de bibliotheek gebruiken, welke persoonlijke voordelen ze van bibliotheekbezoek ervaren en welke maatschappelijke waarde ze er aan toekennen.

De resultaten waren verrassend. Voor gangbare theorieën over de positieve invloed van bibliotheken werd weinig ondersteuning gevonden. Het kwam naar voren dat fun/plezier en educatie de belangrijkste motieven zijn van bibliotheekgebruik. Dus niet de brede(re) functies, zoals loopbaanoriëntatie en het bevorderen van sociale cohesie. Die scoren, tegen de verwachting in, laag, ook in internationaal perspectief. Een andere bevinding is dat de maatschappelijke waarde hoger wordt ingeschat dan de persoonlijke waarde. Vreemd is evenwel dat wanneer het aankomt op persoonlijke waarde, gebruikers vaak verwijzen naar de toegevoegde waarde voor anderen, en niet voor zichzelf. Opvallend is ook dat de niet-bezoekers de bibliotheek soms meer waarderen dan de bezoekers.

Concluderen dat bibliotheken een minder belangrijke rol spelen dan vaak wordt gedacht, zou te kort door de bocht zijn. Maar de steekproef behoeft uitbreiding én verdieping, legde Oomes uit. Want niet alleen het aantal respondenten was laag, ook de lengte en ‘diepgang’ van de vragen was ontoereikend. Specifieke doelgroepen (ouderen, jeugd) bleven daardoor onderbelicht. Bepaalde concepten zijn en blijven lastig te meten (hoe meet je ontmoeting, verrijking?). Ook het onderscheid tussen stedelijk en lokaal verdient meer aandacht. Een uitgebreidere testfase behoort tot de volgende stappen. Pilots in verschillende bibliotheken moeten leiden tot een toolkit waarmee bibliotheken aan de slag kunnen. ‘Want nu maken we allemaal nog onze eigen vragenlijst voor gebruikersonderzoek’, vertelt Oomes. ‘Terwijl we juist kennis moeten delen’. Er is binnen het onderzoeksprogramma nog veel werk te verrichten.

Tijdens de discussie na afloop van de presentatie kwam naar voren dat bibliotheken zich in hoge mate bewust zijn van de urgentie om verder te kijken dan alleen maar de fysieke uitleningen, maar vooral naar bijvoorbeeld, de verschillende informerende en sociale diensten. Mooie voorbeelden passeerden de revue: de nieuwe Bibliotheek in Oude Pekela, onderdeel van een multifunctioneel centrum met een sporthal, welzijnsorganisatie, biljartclub, horeca, dorpshuis en podium. Of het Eemhuis in Amersfoort, waar naast een bibliotheek ook studieplekken voor studenten en zzp’ers worden gefaciliteerd.

Lees vooral de ontroerende column van Abdelkader Benali in Boekman #102 People’s Palaces: openbare bibliotheken als hart van de gemeenschap, klonk het advies van Marielle Hendriks, directeur van de Boekmanstichting. Benali laat ons pas echt voelen hoe belangrijk de openbare bibliotheek is.

Powerpoint 

Lees hier meer over het onderzoek en relevante literatuur. 

Bekijk meer: Verslagen

Partners & subsidienten