Boekmanstichting Kenniscentrum voor kunst, cultuur en beleid

Verslag Waarde van Cultuur: Geert Drion

Wat is de waarde van cultuur en van de kunsten? Wat is de rol van de overheid in het cultuurbestel? Hoe moet het subsidiestelsel zijn ingericht? Op maandagmiddag 25 september stonden deze vragen centraal in de zonnige bibliotheek van de Boekmanstichting. Hier nam Geert Drion – beleids- en organisatieadviseur en in het verleden directeur van verschillende Centra voor de Kunsten – de aanwezige luisteraars mee in een zoektocht naar mogelijke antwoorden. Hij deed dit in de lezingenreeks De Waarde van Cultuur, die is gestart naar aanleiding van de vorig jaar bij de Boekmanstichting verschenen publicatie Naar waarde gewogen van Claartje Bunnik.

De ideeën die Drion gedurende de middag presenteerde (en die deels al te herkennen zijn in zijn bijdragen aan Boekman 95 en 109), vormen een aanvulling op het Culturele Waardemodel dat Bunnik in Naar waarde gewogen uiteenzet. Centraal in Drions verhaal stond het onderscheid tussen cultuur als inhoud en cultuur als proces. Cultuur als proces is een domein van communicatie, en daarmee een inherent gevolg van menselijk samenleven. Het is een proces waarin mensen elkaar spiegelen en worden gespiegeld, waarin het over de verbeelding gaat in plaats van over de werkelijkheid, en waar verschillen worden gethematiseerd in plaats van opgelost. Uit dit proces ontstaan bijzondere, complexe ‘vormtalen’: de kunsten.

Tegenover cultuur als proces staat cultuur als inhoud, legde hij uit. Dit is de set van culturele regels die een gevolg is van het culturele proces. Wellicht is hierbij te denken aan ongeschreven regels zoals dat het niet gebruikelijk is om tussen de delen van een symfonie te klappen, of dat de aftiteling van een film doorgaans niet halverwege de vertoning in beeld verschijnt. Deze regels noemt Drion – met een ontlening aan Pascal Gielen – de ‘maat’ van cultuur. Hoewel ‘maat’ vanzelf ontstaat vanuit het culturele proces, is er ook een tegenwerkende kracht: de ‘onmaat’. ‘Onmaat’ gaat bewust tegen bestaande regels in, en rekt daarmee normen en interpretatiekaders op.

Dit oprekken van de werkelijkheid is één van de drie vlakken waarin Drion – vanuit de opvatting van cultuur als proces – de waarde van cultuur zoekt. Daarnaast verrijkt het mensen, doordat verbeelding, onderlinge verschillen, ‘maat’ en ‘onmaat’ in het culturele proces samenkomen. En omdat het culturele inherent is aan onze samenleving, bepaalt het ook (mede) de toekomst daarvan.

Gezien deze belangen is het noodzakelijk dat het culturele proces bewaakt wordt, en daar komt de overheid om de hoek kijken. Volgens Drion liggen de taken van de overheid erin ervoor te zorgen dat iedereen kan deelnemen aan het culturele proces en te voorkomen dat er een gebrek aan culturele communicatie ontstaat. Hoe dat gebrek gedefinieerd wordt, is een politieke keuze.

Tot zover de theorie. In het tweede deel van Drions lezing stond juist de praktijk centraal, in de vraag hoe de overheid de genoemde taken kan vervullen. Daarvoor is het nodig om het cultureel vermogen – een begrip dat zowel het vermogen om deel te nemen aan het culturele proces als de daarvoor noodzakelijke randvoorwaarden omvat – van de samenleving te versterken. Overheden kunnen dat proberen door de verspreiding van ‘onmaat’, deelname aan het culturele proces en de kunsten te bevorderen, en bij subsidieregelingen in te zetten op het culturele vermogen van de gesubsidieerde instellingen.

Bij subsidieaanvragen zou vervolgens op dit culturele vermogen gelet moeten worden. Concreet moet daarbij gekeken worden naar de mate waarin instellingen nieuwe ‘vormtalen’ ontwikkelen, naar wat ze bijdragen aan de verspreiding van ‘onmaat’ en hoe ze deelname aan het culturele leven bevorderen. Deze focus op het culturele vermogen vormt de duidelijkste uitbreiding van het Culturele Waardemodel van Claartje Bunnik.

Drion presenteerde zijn verhaal nadrukkelijk niet als een wetenschappelijke verhandeling, maar eerder als een open essay, of een dialoog met het publiek om samen ideeën aan te scherpen. Die mogelijkheid om mee te denken werd door de aanwezigen gretig aangegrepen. Begrippen werden uitgediept (‘Hoe wordt het gebrek in het culturele proces precies gedefinieerd?’), implicaties uitgedacht (‘Als de ontwikkeling van nieuwe vormtalen zo’n belangrijk aandachtspunt is bij een subsidieaanvraag, welke ruimte laat dit dan voor de canon?’) en kritische vragen gesteld (‘Zijn termen als “cultureel vermogen” en “onmaat” niet even ongrijpbaar als “waarde” en “kwaliteit”?’).

De tijd bleek uiteindelijk dan ook te kort om alle dimensies van Drions interessante nieuwe ideeën te verkennen – toen iedereen aan het eind van de middag weer het warme septemberzonnetje op de Herengracht opstapte, was er genoeg om over verder te mijmeren.

Powerpoint 

Foto's: Nuran Bozkurt




Bekijk meer: Verslagen

Partners & subsidienten