Boekmanstichting Kenniscentrum voor kunst, cultuur en beleid

Verslag: Presentatie Boekman 115 i.s.m. het LKCA en uitreiking BNG Bank Cultuurparticipatie prijs

Op donderdag 28 juni werd Boekman 115 over inclusiviteit gepresenteerd tijdens een debat bij het LKCA in Utrecht. Hans van Soelen, hoofd culturele zaken van de gemeente Utrecht, opende de lezing van Boekman en LKCA over inclusiviteit met de vraag hoe inclusief de cultuursector is. Hij constateerde dat de cultuursector geen afspiegeling is van de samenleving maar draait om het perspectief van zijn hoogopgeleide deelnemers. Om het tij te keren is in de gemeente Utrecht het initiatief voor het netwerk PACT Utrecht ontstaan. PACT Utrecht wil naar een inclusieve culturele sector en werkt dus aan het verbreden van de groep deelnemers en makers. De initiatiefnemers gaan het gesprek aan met de Utrechtse culturele sector over de code culturele diversiteit onder het motto: ‘niet iedere instelling werkt voor alle Utrechters maar alle instellingen samen werken voor heel Utrecht’.

Feiten en cijfers
Ronald Kox, hoofd cultuureducatie bij het LKCA en tevens auteur van het artikel ‘Inclusieve aanpak voor cultuureducatie’ in dit nummer van Boekman, introduceert de stand van zaken volgens de monitor amateurkunst (LKCA).

Actieve deelname aan kunst en cultuur in de vrije tijd is 40%, wat gelijk staat aan 6,4 miljoen Nederlanders. Dat is verdeeld over de volgende disciplines, in volgorde van omvang van deelname: beeldend, muziek, media, dans, schrijven en theater. Onder kinderen in de leeftijd van 6 tot 12 jaar is dat 65% en voor jongeren van 12 tot 18 jaar: 48%, de laatste cijfers dalen de laatste jaren fors. Daarnaast zie je dat kinderen en jongeren meer aan cultuur deelnemen dan volwassenen. Dat hangt wellicht samen met beleid: het rijksprogramma Cultuureducatie met Kwaliteit focust op basisschoolkinderen. Het geld voor buitenschoolse cultuurdeelname is tegelijkertijd in de meeste gemeenten verschoven naar de scholen en bovendien is de subsidie voor cultuurdeelname van volwassenen meestal stopgezet.

Culturele minderheid?
Ronald Kox benoemt het internationale samenwerkingsverband Europe in perspective. Zij stellen cultureel leren in dienst van diversiteit en creativiteitsontwikkeling. In het ontwikkelingstraject werd duidelijk dat het nastreven van inclusieve of diverse cultuureducatie verschillende redenen kan hebben. We leven immers met elkaar samen, laten we dat dan zo goed mogelijk doen. Het kan ook gaan om het nastreven van interculturaliteit, empowerment van verschillende groepen, het tegengaan van discriminatie of het omgaan met diversiteit. Daarnaast kan het gaan om verschillende sectoren met elkaar in contact brengen. Vanuit het perspectief van de uniciteit van ieder persoon staat de identiteitsontwikkeling centraal. In onderwijs en vrije tijd spelen deze verschillende redenen op verschillende momenten een rol.

Opleidingsniveau cruciaal voor gelijke kansen
In de monitor amateurkunst is ook gevraagd naar de cultuurdeelname van migranten, we zien dan dat de cultuurdeelname van tweede generatie migranten groter is dan autochtonen (dans, muziek, media). Dat is dus wellicht niet de factor om naar te kijken als het gaat om een inclusief cultuurbestel. Vooral bepalend voor cultuurdeelname is het opleidingsniveau van de ouders. Hieraan verbonden is het zomervakantie-effect dat uit verschillende studies naar voren komt: vrije tijd zorgt voor achterstanden in lagere sociaaleconomische milieus. Het is daarom van groot belang om een zinvolle vrijetijdsbesteding te verzorgen zowel voorschools, na schooltijd als in vakantieperiodes. Het LKCA bepleit daarom in de Basis voor Cultuureducatie voor een voorziening voor 0 tot 18 jarigen, het hele jaar door om juist dat gat te verkleinen tussen hoger en lager opgeleiden.

Interactie met de zaal
De zaal was het vervolgens over het algemeen eens met de stelling dat Subsidies voor Voor- en Vroegschoolse Educatie moeten ingezet worden voor cultuur in plaats van taal terwijl de stelling Kinderen uit een lager sociaal milieu moeten verplicht op zomerkamp als ze niet op vakantie gaan op minder bijval kon rekenen. Er werd echter geopperd dat kinderen het niet als verplichting voelen, dus dat we het gewoon moeten doen.

De stelling Als tweede generatie migranten meer aan cultuurparticipatie doen, moeten we stoppen met het ondersteunen van culturele diversiteit werd door de zaal gemengd ontvangen omdat men dit genuanceerder ziet. De stelling Ons cultuurbeleid is te Westers, wit en ouderwets. Maar blijkbaar hindert dat deelname van migranten niet. Dan kunnen we het ook zo laten werd niet volmondig gesteund. Onze samenleving verandert, daar moet ons beleid in mee ontwikkelen. Stoppen met cultuureducatie zoals de vijfde stelling Cultuureducatie in school moeten we stopzetten, dat maakt toch geen verschil. Zet dat maar in voor buitenschoolse educatie suggereert, zal niet gebeuren omdat het onderwijs dit zal blijven geven. Maar vanuit beleid zou het wel eens slim kunnen zijn om op het buitenschoolse in te zetten omdat daar veel meer effect te bereiken is. De laatste stelling kon op weinig bijval rekenen: Aanpakken van cultuurbeleid voor minderheden is gemaksbeleid omdat je een ‘kleurtje’ makkelijker ziet dan een lager sociaal milieu. Dat beleid maken niet makkelijk is, is helder, maar dat er met diversiteit op een makkelijk thema wordt ingezet, is te kort door de bocht.

Wel of niet mee kunnen doen in je vrije tijd; een uitsluitingsmechanisme
Andrea Svedlin, Senior Beleidsadviseur Cultuur bij de gemeente Rotterdam, vertelt naar aanleiding van de stellingen over de aanpak in Rotterdam. Ze benadrukt dat meer kennis en bewustwording over uitsluitingsmechanismen helpt om via beleid inclusiviteit na te streven. Een van die uitsluitingsmechanismen is de vrijetijdsbesteding van kinderen. Doordat die in verschillende groepen verschillend ingevuld wordt, bieden we niet alle kinderen dezelfde kansen. Rotterdam gaat in Zuid starten met een dagprogramma van 9 tot 17 uur dat onderwijs en zinvolle vrijetijdsbesteding omvat. Het is spannend: de komende tijd is het echt alle hens aan dek!

Inclusiviteitsbeleid; mensen betrekken in plaats van ‘bereiken’
Paul Lambrechts, Senior Beleidsmedewerker Kunst en Cultuur van de gemeente Maastricht, kiest ervoor goed te kijken naar wat er nodig is. Hij heeft dan ook geen beleid ontwikkeld maar is de stad in gegaan om te kijken wat er waar nodig is zodat iedereen zich thuis voelt. Echt aansluiten bij de leefwereld (fysieke locatie en de beleving) van jongeren is de enige manier om die groep te betrekken in onze samenleving. Groepen bereiken is de oude verheffingsgedachte, het gaat nu om groepen betrekken, dan maak je het inclusief.

BNG Bank Cultuurparticipatieprijs 
Lees hier meer over de uitreiking van de BNG Bank Cultuurparticipatieprijs.

Verslaggever: Marlies Tal (LKCA)
Foto's: Ineke Key

















Bekijk meer: Verslagen

Partners & subsidienten