Verslag lancering Cultuurindex Nederland

Op de middag van 9 december 2013 lanceerden de Boekmanstichting en het Sociaal en Cultureel Planbureau de Cultuurindex Nederland in een stampvolle Kleine Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam. Tijdens de conferentie De Staat van Cultuur: lancering van de Cultuurindex werd tevens de publicatie De Staat van Cultuur ten doop gehouden, een speciale aflevering van het tijdschrift Boekman waarin de cijferbestanden van duiding en context worden voorzien. Het vijftig-jarig bestaan van de Boekmanstichting op deze dag maakte de gelegenheid extra feestelijk.

Het congresprogramma bood ruimte aan respectievelijk de makers van de Cultuurindex Nederland, de beschouwers en de gebruikers. Het programma werd afgesloten door de minister van OCW, Jet Bussemaker. Moderator was Simon Reinink, algemeen directeur van Het Concertgebouw N.V.

In zijn welkomstwoord vertelde de directeur van de Boekmanstichting, Cas Smithuijsen, over de totstandkoming van de index. Mede dankzij de belangeloze inzet van medewerkers van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) – inmiddels partner - en ‘een slimme stagiaire’ bij de Boekmanstichting, - inmiddels door het ministerie van OCW omgedoopt tot ‘instelling voor onderzoek en statistiek’ - kwam eind 2011 een proefversie van de cultuurindex met relevante cijfers over de cultuursector tot stand. Nadat de Federatie Cultuur, de grootste branchekoepel in de cultuur, het belang van dit instrument inzag, werd financiële steun verkregen van het Prins Bernhard Cultuurfonds, SNS Reaal Fonds en het VSB fonds. Voor de realisatie van de Cultuurindex Nederland 2013 werkten de Boekmanstichting en SCP samen met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) en de vele leveranciers van cijfers.

Marielle Hendriks, Andries van den Broek en Henk Vinken namen als eersten plaats op het podium om de belangrijkste bevindingen van de Cultuurindex Nederland aan het publiek te onthullen. Hendriks, hoofd projecten bij de Boekmanstichting, vertelde over haar prikkelende kennismaking met het grote voorbeeld van de Cultuurindex Nederland, the National Arts Index, in de Verenigde Staten in 2009. Dit omvangrijke cijferinstrument had haar hart sneller doen kloppen, en haar enthousiasme deed bij collega’s van de Boekmanstichting de vonk overslaan. Niet voor niets werden de geestelijk vader en de maker van de Nationale Arts Index, Randy Cohen en Robert Lynch, in oktober 2010 naar Amsterdam gehaald voor een presentatie van hun werk, tevens in de Kleine Zaal van Het Concertgebouw. Desgevraagd bleek een derde van de aanwezigen deze bijeenkomst te hebben bijgewoond. De sector is gebaat bij adequate cijfers over trends en ontwikkelingen in de culturele sector want ‘inzicht geeft rust’. Verder kunnen de wetenschap en journalistiek gebruik maken van de Cultuurindex Nederland, alsook culturele instellingen, beleidsmakers en adviseurs. De meerwaarde van de Cultuurindex Nederland ten opzichte van de vele statistische onderzoeken die al voorhanden zijn, is dat de index cijfers van verschillend kaliber en gewicht vergelijkbaar maakt. Door te indexeren kun je uiteenlopende onderdelen onder één noemer plaatsen. Dat maakte Andries van den Broek, onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, inzichtelijk aan de hand van kerncijfers, onderverdeeld in vier pijlers: capaciteit, participatie, geldstromen en concurrentie. Aldus ontstaat het volgende beeld:

 

Vervolgens verklaarde Henk Vinken,coördinator dataverzameling van de index, de hoogteverschillen in de gepresenteerde kolommen. Ook gaf hij nadere duiding van de bevindingen. De index bevat 11 kernindicatoren, waarin 79 cijferreeksen zijn ondergebracht. De cijfers dienen niet alleen betrouwbaar en relevant te zijn, maar ook over een langere periode beschikbaar. Door de index voor meerdere jaren te berekenen worden trends en ontwikkelingen met betrekking tot het culturele veld zichtbaar. Verschillende in het oog vallende schommelingen kregen extra aandacht in de toelichting van Vinken. Om er een paar te noemen: capaciteit groeit, met name menskracht is gestegen. Amateurkunstbeoefening in georganiseerd verband daalt flink. Filmbezoek stijgt, boekenaanbod ook. Omzet muziek daalt, zo ook giften aan cultuur. Consumenten verkiezen steeds meer de toegang tot beeld, muziek en tekst via internet boven het bezit van cd’s, dvd’s en boeken.

Valkuilen bleven tijdens de presentatie niet onbesproken, want zoals altijd het geval is bij cijfers, zijn ook de getallen in de Cultuurindex Nederland voor discussie vatbaar. Maar Van den Broek stond open voor suggesties, gaf hij onomwonden aan. De makers benadrukten het gemis aan bepaalde cijfers, bijvoorbeeld over digitale consumptie, participatie en distributie, wat trends in de index zou kunnen afzwakken of versterken. Hopelijk is deze omissie in een volgende editie op te lossen. De publicatie van de database op een speciale website biedt de mogelijkheid voor tussentijdse aanpassingen. ‘De Cultuurindex Nederland 2013 is een work in progress’.

De bevindingen riepen bij het publiek niet alleen complimenten maar ook kritische vragen op: Wie bepaalt eigenlijk wat cultuur is? (‘het CBS’, klonk het antwoord); ‘Is het niet riskant deze kale cijfers te introduceren, zonder strategische visie vanuit de sector? (‘De sector moet er mee aan de slag en zich niet om de oren laten slaan’).

In zijn rol van beschouwer benadrukte Arnoud Boot, hoogleraar Corporate Finance en Financiële Markten en co-director van het Amsterdam Center for Law & Economics aan de Universiteit van Amsterdam, de ambivalente houding van economen ten opzichte van kunst en cultuur. Economen meten graag. Ook de huidige politiek en maatschappij zijn gericht op meetbare resultaten. Maar hoe meet je de toegevoegde waarde van cultuur, niet enkel op de korte maar vooral de lange termijn? Boot leek de sector een hart onder de riem te willen steken. ‘Cultuur biedt de maatschappij tegenwicht voor de hype van de dag’. De sector zou de langetermijneffecten moeten benadrukken, maar dat is heel moeilijk. ‘Je kunt in ieder geval proberen helder te maken wat er feitelijk gebeurt’, aldus Boot. ‘Dit is eigenlijk wat de Cultuurindex Nederland met kerngegevens over werkgelegenheid, bezoekers en geldstromen doet. Een dergelijke meting geeft ons enig gevoel voor wat er in de sector gebeurt.’ Economen kunnen moeilijk overweg met de dominante rol van de overheid. Ook het huidige tijdsbeeld vraagt om een duidelijke verantwoording voor overheidsbemoeienis. ‘De sector zou moeten kunnen aantonen dat de rol van de overheid als financier cruciaal is voor het realiseren van de meerwaarde’. Er zit een grote toegevoegde waarde van aandacht voor kunst en cultuur in het onderwijs. ‘Zo kunnen we cultuur verankeren’. Boot begon en eindigde zijn voordracht met te herinneren aan econoom Keynes. Hij was, heel actueel, van mening dat kunst en cultuur bescherming nodig hebben, oftewel een “patron”. ‘Privaat maar ook in de politiek!’.

Na de pauze volgde een paneldiscussie. Deelnemers waren Adriana Esmeijer (directeur van het Prins Bernhard Cultuurfonds), Bert Meerstadt (voorzitter van Concertvrienden van het Koninklijk Concertgebouw en het KCO en van de Marketing-adviesraad van het Rijksmuseum), Tanja Mlaker (business manager De Nederlandse Opera bij Het Muziektheater Amsterdam, coördinator van Koepel Opera en vicevoorzitter/secretaris van Federatie Cultuur), Jet de Ranitz (voorzitter van het College van Bestuur van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, voorzitter van Kunsten’92 en vice-voorzitter van de HBO-raad) en Paul Steenhuis (chef van de cultuurredactie van NRC Handelsblad). Moderator Simon Reinink legde het panel een aantal prikkelende vragen voor. Bijvoorbeeld naar aanleiding van de lezing door Arnoud Boot. Kan de Cultuurindex Nederland een rol vervullen bij het versterken van de legitimiteit van kunstsubsidies? Mlaker was positief. De index is weliswaar breed, maar betrouwbaar. Op grond van solide cijfers kan de discussie nu werkelijk van start gaan. ‘Maar verlies niet uit het oog dat digitalisering het consumentengedrag in hoog tempo beïnvloedt’, gaf ze de makers van de index mee. Bert Meerstadt viel haar bij, de effecten van digitalisering moeten snel inzichtelijk worden gemaakt. Adriana Esmeijer was verheugd over de degelijkheid van het eindproduct en voorzag geen problemen bij de continuering van de financiering van het project. Wel deed ze in dit verband een sympathiek doch dringend beroep op minister Bussemaker, die na de pauze op de voorste rij van de zaal had plaatsgenomen. Ook Jet de Ranitz en Paul Steenhuis reageerden positief. ‘Het licht dat de Cultuurindex Nederland biedt op de afname van amateurkunstbeoefening geeft ons munitie om de politiek te wijzen op het belang van kunstonderwijs’, reageerde De Ranitz op een vraag van Reinink. Steenhuis noemde de Cultuurindex Nederland een goede basis voor discussie, want ‘cijfers zijn altijd lastig te achterhalen’. Hij riep de makers op zo snel mogelijk met een ondersteunende website te komen. Het Prins Bernhard Cultuurfonds hoopt met de Cultuurindex Nederland het modern mecenaat te kunnen stimuleren. Cultuur is pas sinds kort een goed doel, legde Esmeijer uit. ‘De Cultuurindex Nederland laat zien waar de werkelijke noden zich bevinden, en dat is precies wat particulieren ons vragen’. De Ranitz benoemde nog het belang van bescherming van intellectueel eigendomsrecht in een tijd van internet.

In een wrap up borduurde Cas Smithuijsen daarop voort. De indexcijfers onderstrepen het belang van meer inkomsten uit auteursrecht en intellectueel eigendomsrechten. Er ligt nu een wetsvoorstel dat voorziet in een andere verdeling van de auteursrechtopbrengsten over industrie en creatieve maker: een proportionele in plaats van een billijke vergoeding van de opbrengsten van verspreiding van een creatieve uiting. Maar over hoe dat proportionaliteitsbeginsel uitpakt, is het laatste woord nog niet gesproken. Voorts zei Smithuijsen belang te hechten aan de toegankelijkheid van data en verslaggeving daarover in de Cultuurindex Nederland en Boekman. Eigenlijk zouden ook ‘leken’, gewone cultuurliefhebbers, ermee uit de voeten moeten kunnen. Verder gaf hij aan dat de makers van de cultuurindex de ambitie hebben om internationaal aansluiting te vinden, iets wat onder andere door journalist Paul Steenhuis ter sprake was gebracht. Een andere gedeelde wens, een website cultuurindexnederland.nl, zal medio juni 2014 van start gaan en platform zijn van de tussentijdse actualiseringen van de cultuurindex.

In haar slotbeschouwing stond minister Jet Bussemaker stil bij het vijftigjarig jubileum van de Boekmanstichting. Zij memoreerde bovenal de missie van naamgever Emanuel Boekman. Nog steeds vinden we in zijn werk elementen die nodig zijn voor een modern cultuurbeleid, aldus de minister, zoals historische analyses, economische onderbouwingen, en een helder verhaal over de fundamentele waarden achter dat beleid. ‘In de afgelopen vijftig jaar is de Boekmanstichting uitgegroeid tot een onafhankelijk instituut dat cultuurmakers en bestuurders voortdurend van munitie voorziet. Dat bruggen bouwt naar andere domeinen, dat de tijdgeest kritisch volgt. Niet vanuit de waan van de dag, maar bedachtzaam: op zoek naar inzichten, naar grotere verbanden’. Vervolgens belichtte zij een aantal publicaties van de stichting, in het bijzonder het tijdschrift Boekman. Ook kwam ze te spreken over de Cultuurindex. ‘We kunnen niet meer zonder heldere feiten en cijfers, die trends en ontwikkelingen over langere tijd schetsen’, aldus Bussemaker. De Cultuurindex Nederland helpt het debat over cultuur. ‘De betekenis van cultuur valt weliswaar niet alleen in cijfers uit te drukken, maar om mensen buiten deze fraaie tempel te bekeren, hebben we ze heel hard nodig’.