'Laten wij maar beginnen met verleiden'
We leven in een tijd waarin generaties voortdurend benoemd, vergeleken en tegenover elkaar worden gezet. In briefvorm wisselen Bo Fasseur (25), behorend tot Gen Z, en Hedy d’Ancona (88), geboren onder de vlag van de Stille Generatie, van gedachten. In hoeverre is leeftijd bepalend voor het genieten van kunst en cultuur?
29 december 2025
Beste Hedy,
Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: ik heb dit nog nooit gedaan. Een briefwisseling beginnen. Ik schrijf heus wel eens brieven, maar zelden krijg ik er één terug. En dan ook nog voor een vakblad dat langer bestaat dan ik, ik ben 25. Dat maakt het dubbel spannend. Niet alleen omdat het nieuw is, maar ook omdat het thema me dwingt na te denken over iets waar ik dagelijks onderdeel van ben, maar zelden bij stilsta: mijn generatie. Ik hoor bij de jonge garde, voor wie veel dingen nog voor het eerst gebeuren. Een aantal eerste keren heb ik inmiddels gehad, in het leven én in de kunst. Tentoonstellingen die ik voor het eerst zie, boeken die me leren hoe weinig ik eigenlijk weet en voorstellingen of liedjes die voelen alsof ze over míj geschreven zijn, omdat ik mezelf er zo sterk in herken. Tegelijk is er nog zoveel te ontdekken: er zijn talloze kunstenaars van wie ik de naam of het werk nog niet ken. Zo ben ik nog nooit naar een klassiek concert in het Concertgebouw geweest, ook een balletvoorstelling staat nog op mijn lijstje. U zult daar ongetwijfeld talloze keren zijn geweest, zo vaak misschien dat de avonden daar in elkaar zijn overgegaan en de tel niet meer bij te houden is. U heeft er met uw 88 jaar al een leven vol brieven, ontmoetingen en ervaringen op zitten. Ik vraag me af: zijn er voor u eigenlijk nog weleens eerste keren?
Bij u thuis hebben we een muntje opgegooid om te bepalen wie mocht beginnen met schrijven. Die eer kwam mij toe. Ik merk dat het me zenuwachtig maakt om iemand te schrijven die zoveel heeft meegemaakt (gezien, gelezen en geschreven). Is dit wat men plankenkoorts noemt? Dat lichte trillen voordat je begint, het besef dat mijn woorden gelezen zullen worden door iemand die ze in een veel breder perspectief kan plaatsen? Doet u eigenlijk nog weleens iets dat u spannend vindt?
En daar is hij meteen: onze generatiekloof. We leven in een tijd waarin generaties voortdurend benoemd, vergeleken en tegenover elkaar gezet worden (zoals wij nu ook). Zelf behoor ik tot Gen Z. Ik ging er eigenlijk vanuit dat u een boomer was (bent u ooit eerder zo genoemd?), maar na een korte Google search blijkt dat u zelfs nog tot een generatie daarvóór behoort: de Stille Generatie. Ik zie u alleen niet als het stille type. Zo zag ik u onlangs nog op het Museumplein, waar u de menigte toesprak tijdens het Rode Lijn-protest.
Het zet me aan het denken over wat zo’n label eigenlijk zegt. De redactie van Boekman vroeg ons dan ook te reflecteren op in hoeverre leeftijd bepaalt hoe je kunst beoordeelt en ervaart. Kijken we anders omdat we jonger of ouder zijn, of omdat we gevormd zijn door andere omstandigheden, andere beperkingen, andere vanzelfsprekendheden? En wat winnen we eigenlijk met al dat generatiedenken? Of verliezen we er juist mee?
Liefs Bo
31 december 2025
Lieve Bo,
Dank je wel voor je brief, waarin je geen punt maakt van ons enorme leeftijdsverschil: 63 jaar! Ik voel me nooit jonger dan ik ben, maar als ik met iemand een gesprek heb, en bijna altijd is dat met een jonger persoon, speelt dat voor mij geen rol. Ik spreek bijna iedereen aan met ‘jij’ maar als de ander dat niet uit z’n mond krijgt, zelfs niet als ik het nadrukkelijk vraag, dan ga ik ook ‘u-wen’. Anders creëer je zelf de generatiekloof en dat is barricaderen voor een gesprek. Wij werden inderdaad uitgenodigd om onze opvattingen over cultuur te relateren aan onze leeftijd en dat leek mij eerlijk gezegd geen interessante opgave; meer iets voor de marktonderzoekers of voor de publieke omroep.
Jij benadrukt in je brief je onervarenheid op het terrein van de cultuur. Ik vind juist dat jij al heel veel gezien hebt. Maar het gaat niet alleen om de frequentie; het draait om je beleving. Vanzelfsprekend ben ik vaker dan jij naar museum, schouwburg of concertzaal geweest in al die jaren. Maar ik ben nieuwsgierig gebleven naar het gevoel dat je ervaart; schoonheid die je raakt en ontroert. Niet iedere keer, maar je raakt er ook niet aan gewend. Dat is een prettig vooruitzicht. Prettiger nog voor jou omdat je al zoveel hebt ervaren en daar nog lang mee door kunt gaan. Ik heb meer achter me en minder in het verschiet. Dat is het verschil!
Lieve groet, Hedy d’A.
5 januari 2026
Lieve Hedy,
Dank je wel voor je brief. 63 jaar verschil, wow. Om je toch een beetje jong te houden, zal ik vanaf nu gewoon ‘je’ gebruiken. Ik wil zeker niet eigenhandig die generatiekloof creëren of benadrukken. Ik herken wat je zegt, maar misschien juist vanaf de andere kant. Ik voel me nooit ouder dan ik ben, en mijn leeftijd speelt ook voor mij zelden een expliciete rol. Er was een periode waarin ik, zeker op werkgebied, steevast de jongste persoon op de redactie was. Vaak zat er meer dan twintig jaar tussen mij en de eerstvolgende persoon. Regelmatig werd er naar mij gekeken als referentiepunt; en werd ik ongevraagd omgedoopt tot ‘de stem van mijn generatie’ binnen die redacties. Dat vond ik altijd confronterend, en eerlijk gezegd ook behoorlijk irritant. Want wat is dat eigenlijk, die stem? Wat vindt ‘mijn generatie’ dan precies? En waarom moet ik die dan vertegenwoordigen? Heb jij zelf eigenlijk een helder beeld van jouw generatie, en wat daar dan de stem van is?
Ik moest lachen om jouw eerlijkheid wanneer je schrijft dat we werden uitgenodigd om onze opvattingen over cultuur te relateren aan onze leeftijd, en dat je die opgave niet erg interessant vond. Ik moet bekennen dat ik zelf ook aanvankelijk sceptisch was. Wie ben ik om daar iets zinnigs over te zeggen? Misschien wilde ik opnieuw niet die vertegenwoordiger zijn, niet weer spreken namens een generatie. En toch, kijk ons nu, zitten we brieven naar elkaar te schrijven.
Je corrigeert me wanneer ik mijn cultuurdeelname ‘onervaren’ noem. Dat vond ik geruststellend. Misschien gebruik ik dat woord te snel, alsof ik mezelf alvast wil indekken. Alsof ik zeg: neem me niet helemaal serieus, ik ben er nog niet. Maar wat is ‘er zijn’ eigenlijk? Je hebt gelijk dat het niet om frequentie gaat, maar om beleving. Tegelijk denk ik dat onervarenheid ook iets prettigs heeft. Er valt nog zoveel te ontdekken en ik kijk daar stiekem enorm naar uit, naar alles wat nog gaat komen. In die zin herken ik de nieuwsgierigheid die jij beschrijft sterk in mezelf.
Je schrijft dat schoonheid je niet ongevoelig maakt, hoe vaak je haar ook ontmoet. Dat vind ik een hoopvolle gedachte. Ik ben benieuwd: was er een museumbezoek, uitvoering of voorstelling die je onverwacht raakte? Iets wat is blijven hangen, na al die jaren, en waarom juist dat?
Aan het eind van je brief schrijf je: ‘Ik heb meer achter me en minder in het verschiet. Dat is het verschil.’ Die zin bleef bij me hangen. Ik heb inderdaad meer in het verschiet, maar dat vooruitzicht is ergens zo vaag dat ik me er geen voorstelling van kan maken. Het is niet iets wat vastligt, meer een ruimte voor mogelijkheden. Soms voelt dat als vrijheid, soms beangstigend. Jij kijkt terug met overzicht. Ik kijk vooruit vanuit onwetendheid. Misschien zit het verschil niet zozeer in de hoeveelheid tijd tussen ons, maar in het perspectief van waaruit we kijken.
Wat ik waardeer in je brief is je nieuwsgierigheid, niet naar mijn kennis, maar naar mijn gevoel. Misschien moet het daar over gaan: niet over de vraag hoeveel we hebben gezien, maar over hoe we blijven kijken en hoe je nieuwsgierig blijft. Hoe blijf je 88 jaar lang nieuwsgierig, Hedy?
Liefs Bo
6 januari 2026
Hallo Bo,
Of ik een helder beeld heb van mijn generatie? Om te beginnen, zijn we met velen en we lijken ons in rap tempo te vermenigvuldigen. De meer dan 3 miljoen 65-plussers nu, zijn in 2040 met zo’n 4,8 miljoen. Dat lijkt me gunstig voor de cultuurdeelname, zeker als je daarin tijdig investeert. En daar bedoel ik mee dat je nieuwsgierigheid moet stimuleren. Kinderen die leren kijken door museumlessen, blijken als volwassenen vaker naar tentoonstellingen te gaan. De beschikbaarheid van muziekinstrumenten voor kinderen op school leidt tot blijvend enthousiasme voor concertbezoek, maar helaas gebeurt dat lang niet overal. Kennismaking met jeugdtheater kweekt schouwburgbezoekers. Wij hebben prachtig jeugdtoneel, maar lang niet alle kinderen komen daarmee in aanraking, omdat het geld voor vervoer naar het theater ontbreekt. Kortom: het probleem betreft niet het aanbod, maar de afname, die wordt gefnuikt en daarmee de kans om blijvend nieuwsgierig te worden.
Met die gemiste kans zou het afgelopen moeten zijn, vooral ook vanwege de consequenties op termijn. Naast kinderen zijn ook al die ouderen die nu tijd hebben, nieuwsgierig te krijgen. Er was een aantal jaren terug een door de overheid gesubsidieerd programma voor kunstenaars die culturele projecten voor ouderen bedachten en konden realiseren. Afgeschaft inmiddels, niet vanwege gebrek aan succes maar door het stoppen van de subsidie. Het is jammer dat cultuur in deze tijd zo laag op de politieke agenda’s lijkt te staan. Maar dat was eigenlijk altijd al zo. Het verschil is dat het voorheen meer als vanzelfsprekende noodzakelijkheid werd gezien, zoals onderwijs. Maar mensen ermee verleiden, dat is nooit geprobeerd. Een gemiste kans, denk ik. En jij?
Hedy
7 januari 2026
Lieve Hedy,
Al die 65-plussers lijken me zonder twijfel gunstig voor de cultuurdeelname. In de theaterzaal zie ik ze vooral: rijen grijze hoofden, vanaf mijn plek ergens achter in de zaal. Simpelweg omdat geld soms voor mij ook een struikelblok is. Juist daarom is het zo belangrijk om tijdig te investeren. Niet alleen in het vasthouden van dit trouwe publiek, maar ook, zoals jij terecht schrijft, in het aanwakkeren van nieuwsgierigheid bij jongeren. Het is zó zonde dat daar nauwelijks middelen voor zijn.
Mijn eerste theaterervaring kan ik me nog helder voor de geest halen. Het was in de Leidse Schouwburg, ik had het geluk dat mijn moeder me van kinds af aan meenam. Die overweldigende zaal, die nóg groter leek omdat ik zelf zo klein was, met van die zachte, rode stoelen. Het doek dat openging. Mensen in kostuums die voor een uur een compleet nieuwe wereld tot leven brachten. Een middag die alleen wij daar beleefden, samen, in het donker.
Ik denk inderdaad dat die vroege aanraking voor mij het theater toegankelijker heeft gemaakt. Het werd iets vertrouwds, een plek waar ik graag naar terugkeer. En misschien is dat wel de kern: wie vroeg leert kijken, blijft nieuwsgierig. Hopelijk blijf ik, net als jij, dat ook tot mijn 88ste.
Die ‘gemiste kans’ waar jij over schrijft, daar moet het inderdaad mee afgelopen zijn. Dan moeten wij maar beginnen met verleiden. Vind je niet?
Liefs Bo
Fotografie: Jamaine Festen
We leven in een tijd waarin generaties voortdurend benoemd, vergeleken en tegenover elkaar worden gezet. In briefvorm wisselen Bo Fasseur (25), behorend tot Gen Z, en Hedy d’Ancona (88), geboren onder de vlag van de Stille Generatie, van gedachten. In hoeverre is leeftijd bepalend voor het genieten van kunst en cultuur?
Hedy d’Ancona en Bo Fasseur
Bo Fasseur is presentator bij Jongstof, de spin-off van Kunststof. Zij is als redacteur werkzaam voor Dit Was Het Nieuws en schrijft regelmatig voor de Volkskrant
Hedy d’Ancona is socioloog, sociaal geograaf en voormalig PvdA-politicus. Zij was van 1989-1994 minister van WVC in kabinet-Lubbers III.